Uitspraak
Uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 juli 2024 in de zaak tussen
[naam], gevestigd in [vestigingsplaats] en
[naam], gevestigd in [vestigingsplaats] ,
Rechtbank Limburg
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de omgevingsvergunning die het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg heeft verleend voor het tijdelijk afdammen van de Geleenbeek tussen de N276 en de Holtummerweg in Born. De vergunning is verleend in het kader van het projectplan ‘Herinrichting Geleenbeek Oude Rijksweg’ en geldt van 3 juni tot en met 31 december 2024.
De voorzieningenrechter overweegt dat de vergunning rechtsgeldig is verleend en dat bezwaar geen schorsende werking heeft. Verzoekster stelde dat verweerder onzorgvuldig en partijdig heeft gehandeld en onvoldoende rekening heeft gehouden met het belang van de molen, een rijksmonument. De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder bevoegd was en niet partijdig heeft gehandeld. Hoewel het belang van de molen niet expliciet in het besluit is opgenomen, blijkt uit het verweerschrift dat dit wel is betrokken.
De tijdelijke afdamming duurt circa drie dagen en is noodzakelijk voor de uitvoering van het projectplan dat het ecologisch functioneren van de Geleenbeek moet verbeteren. De voorzieningenrechter vindt dat het belang van de uitvoering van het project zwaarder weegt dan het belang van de molen, mede gezien de beperkte duur van de afdamming en het ontbreken van een onderbouwing van de gestelde schade. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het tijdelijk afdammen van de Geleenbeek wordt afgewezen.