ECLI:NL:RBLIM:2024:449

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 januari 2024
Publicatiedatum
31 januari 2024
Zaaknummer
C/03/321410 / HA ZA 23-371
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid en schadevergoeding wegens onrechtmatige daad van 19 november 2014

In deze civiele procedure vordert eiser schadevergoeding wegens een onrechtmatige daad gepleegd op 19 november 2014. Gedaagde heeft niet tijdig een conclusie van antwoord genomen, waardoor het recht om te antwoorden is vervallen. De rechtbank beoordeelt het gevorderde als onweersproken en wijst de vordering toe.

De rechtbank verklaart voor recht dat gedaagde aansprakelijk is voor de door eiser geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een materiële schadevergoeding van €233.750, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de aansprakelijkstelling van 11 november 2019.

Daarnaast worden de proceskosten aan de zijde van eiser vastgesteld op €5.051,86, bestaande uit kosten van dagvaarding, griffierecht en salaris advocaat. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €233.750 schadevergoeding en proceskosten van €5.051,86 wegens onrechtmatige daad.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/321410 / HA ZA 23-371
Vonnis van 24 januari 2024
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. A.F.G. Pennino,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. R.R.J.W. Delsing.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 8
- na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft (de advocaat van) gedaagde niet (tijdig)
een conclusie van antwoord genomen, waarna het recht om te antwoorden is vervallen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde ligt als onweersproken voor toewijzing gereed.
2.2.
Gedaagde is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van eiser als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
129,86
- griffierecht
2.277,00
- salaris advocaat
2.645,00
(1 punten × € 2.645,00)
Totaal
5.051,86
3. De beslissing
De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat gedaagde aansprakelijk is voor de door eiser ten gevolge van de genoemde onrechtmatige daad op 19 november 2014 geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade,
3.2.
veroordeelt gedaagde tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser van
€ 233.750,00, ten titel van materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de aansprakelijkstelling d.d. 11 november 2019,
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot dit vonnis vastgesteld op € 5.051,86,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2024.
JC