Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft (de advocaat van) gedaagde niet (tijdig)
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure vordert eiser schadevergoeding wegens een onrechtmatige daad gepleegd op 19 november 2014. Gedaagde heeft niet tijdig een conclusie van antwoord genomen, waardoor het recht om te antwoorden is vervallen. De rechtbank beoordeelt het gevorderde als onweersproken en wijst de vordering toe.
De rechtbank verklaart voor recht dat gedaagde aansprakelijk is voor de door eiser geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een materiële schadevergoeding van €233.750, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de aansprakelijkstelling van 11 november 2019.
Daarnaast worden de proceskosten aan de zijde van eiser vastgesteld op €5.051,86, bestaande uit kosten van dagvaarding, griffierecht en salaris advocaat. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €233.750 schadevergoeding en proceskosten van €5.051,86 wegens onrechtmatige daad.