Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2024 in de zaak tussen
[naam] , wonende te [woonplaats] , verzoeker
de burgemeester van de gemeente Heerlen (de burgemeester),
[naam] (de derde-partij),
Rechtbank Limburg
Verzoeker, huurder van een woning waarin hennep en aan drugshandel gerelateerde attributen werden aangetroffen, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester tot sluiting van de woning voor zes maanden. De burgemeester had het besluit genomen na een politieonderzoek waarbij een grote hoeveelheid gedroogde hennep en een hennepkwekerij werden aangetroffen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat de sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde. Verzoeker stelde dat de drugs niet van hem waren en dat er geen noodzaak was tot sluiting, maar dit werd verworpen vanwege de omvang van de aantallen en de omstandigheden.
Hoewel verzoeker ernstige persoonlijke omstandigheden en het belang van zijn verstandelijk beperkte zoon aanvoerde, acht de voorzieningenrechter de maatregel niet onevenredig. Er is voldoende ondersteuning geboden voor tijdelijke huisvesting en hulp bij het zoeken naar vervangende woonruimte. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, waardoor de burgemeester de woning mag sluiten.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepteelt wordt afgewezen; burgemeester mag woning sluiten.