ECLI:NL:RBLIM:2024:4002
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid niet ontvankelijk verklaard
Verzoekster diende op 16 mei 2024 een verzoek tot wraking in tegen mr. C.A.M. van Wesel, rechter in de rechtbank Limburg, in een zaak betreffende de omzetting van beschermingsbewind en mentorschap naar curatele. Zij stelde dat haar spreekrecht tijdens de zitting van 15 april 2024 was beperkt en dat de motivering van de tussenbeschikking van 17 april 2024 onvoldoende was, wat duidde op vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, aangezien het verzoek pas ruim na de zitting en tussenbeschikking werd gedaan, zonder dat verzoekster concrete omstandigheden aanvoerde die dit tijdsverloop rechtvaardigen. Volgens artikel 37 Rv Pro moet een wrakingsverzoek direct na het bekend worden van de feiten worden ingediend.
Daarnaast benadrukte de wrakingskamer dat een rechterlijke beslissing op zich geen grond voor wraking kan zijn, tenzij de motivering objectief als blijk van vooringenomenheid kan worden beschouwd, wat hier niet het geval was. Daarom werd het verzoek niet ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd niet ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en kon niet in behandeling worden genomen.