ECLI:NL:RBLIM:2024:3753
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs in zaak medeplegen invoer 450 kg cocaïne
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen de verdachte die werd verdacht van medeplegen van de invoer van circa 450 kilogram cocaïne via een vrachtschip met eindbestemming Nederland. De tenlastelegging omvatte meerdere strafbare feiten, waaronder het daadwerkelijk invoeren, poging daartoe en voorbereidingshandelingen.
Tijdens de zitting op 28 mei 2024 verscheen de verdachte niet, maar werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging uitgewisseld. De identificatie van de verdachte als gebruiker van een SkyECC-account, dat betrokken was bij de communicatie over de drugstransporten, was gebaseerd op een schermafbeelding van een WhatsAppgesprek met zijn Belgische advocaat.
De rechtbank oordeelde dat deze communicatie niet als bewijs kon worden gebruikt omdat de advocaat een geheimhouder is en het gesprek niet aan het dossier had mogen worden toegevoegd of had moeten worden vernietigd conform artikel 126aa Sv. Zonder dit bewijs en zonder ander wettig bewijs kon de betrokkenheid van de verdachte niet worden vastgesteld.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs. De zaak werd gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met strafzaken tegen medeverdachten. De uitspraak werd op 25 juni 2024 uitgesproken door een meervoudige kamer.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan wettig bewijs en onrechtmatig verkregen bewijs.