Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,2. [gedaagde sub 2] ,
[handelsnaam] ,
1.De procedure
- de producties van [gedaagde]
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
Eiseres was sinds maart 2019 werkzaam bij gedaagde als activiteitenbegeleidster met een contract van twaalf uur per week, maar werkte feitelijk meer uren en ontving overwerkvergoeding. Na ziekmelding op 30 mei 2023 betaalde gedaagde loon op basis van 24 uren per week. Er ontstonden verstoorde arbeidsverhoudingen en re-integratie werd ingezet.
Gedaagde zette de loonbetaling per 12 januari 2024 stop omdat eiseres niet op kantoor verscheen voor een re-integratiegesprek, ondanks verzoeken om een neutrale locatie. Deskundigen oordeelden dat eiseres medisch niet in staat was het gesprek op locatie te voeren. De loonstop werd daarom onterecht geacht.
De kantonrechter stelde vast dat het loon over januari tot en met maart 2024 op basis van 18,2 uren per week (representatievere periode) moet worden berekend, wat neerkomt op €1.544,18 bruto per maand. Het teveel betaalde loon over de periode 1 juni 2023 tot 12 januari 2024 (€3.991,45) wordt verrekend. Eiseres krijgt daarnaast een vergoeding van €96 aan buitengerechtelijke incassokosten. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde moet loon betalen over januari tot maart 2024 op basis van 18,2 uur per week met verrekening van teveel betaald loon en vergoeding incassokosten.