Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
Op 20 februari 2012 sloot gedaagde een MKB Werkkapitaalkrediet af met ING Bank, met een kredietlimiet van €40.000. Gedaagde werd op 8 maart 2016 failliet verklaard. ING diende haar vordering in bij de curator, die deze bevestigde. Het faillissement werd op 19 oktober 2021 opgeheven zonder uitkering aan schuldeisers.
ING vorderde een bedrag van €12.500, ondanks eerdere hogere vorderingen, vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde voerde verjaring aan, stellende dat de vordering op 14 april 2021 was verjaard. ING betwistte dit en verwees naar artikel 36 lid 1 Faillissementswet Pro, waardoor de verjaringstermijn werd verlengd tot 19 april 2022. ING stelde dat zij de verjaring tijdig had gestuit met een exploot op 25 februari 2022.
De kantonrechter oordeelde dat het exploot in goede orde was ontvangen en dat de verjaring daardoor was gestuit. Het verjaringsverweer werd verworpen. Ook was er geen schending van de substantiëringsplicht door ING. De gevorderde wettelijke rente werd toegewezen en de vordering van ING in zijn geheel toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €12.500 plus rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €12.500 plus wettelijke rente en proceskosten, verjaring wordt verworpen.