De vader heeft sinds 2017 een procedure gevoerd om erkenning, gezag en omgang met zijn minderjarige kind te verkrijgen. De moeder weigert contact tussen vader en kind vanwege haar PTSS, waarvoor zij pas behandeling kan starten na beëindiging van de procedure. Diverse onderzoeken, waaronder door de raad voor de kinderbescherming en het NIFP, leverden onvoldoende duidelijkheid over de PTSS en de situatie.
De rechtbank constateert dat de moeder geen medewerking verleent aan nader onderzoek en omgang, ondanks dat de vader zich steeds correct heeft opgesteld. De vader heeft zelf een PTSS-behandeling ondergaan en blijft zijn verzoeken handhaven. De rechtbank concludeert dat het recht geen oplossing biedt voor het contactprobleem, maar kent de vader medegezag toe om hem toegang tot informatie over het kind te verschaffen.
Aan de moeder wordt een maandelijkse informatieplicht opgelegd over het welzijn van het kind, met een dwangsom bij niet-naleving. Een omgangsregeling wordt afgewezen vanwege de weigering van de moeder en de complexiteit van de situatie. De proceskosten en kosten van deskundigen worden ten laste van de Staat gebracht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.