Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[eiseres sub 1] .,
2.
[eiseres sub 2],
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 23 mei 2024,
- de e-mail van mr. Swennen van 28 mei 2024 waarin zij de voorzieningenrechter verzoekt om vonnis te wijzen.
2.De feiten
Het is Verkoper én de heer [gedaagde sub 2] , alsmede de aan hun Gelieerde
Het is de Verkoper én de heer [gedaagde sub 2] , alsmede de aan hun Gelieerde
Het is de Verkoper én de heer [gedaagde sub 2] alsmede de aan hun Gelieerde
3.Het geschil
vannegatieve uitlatingen, op straffe van:
4.De beoordeling
‘waardoor in concurrentie’)en dat er schade aan [eiseres sub 2] wordt toegebracht (
‘zodat er schade wordt berokkend’). Van het vervullen van die voorwaarden is geen sprake, aldus [gedaagde sub 2] . [naam accountantskantoor] richt zich uitsluitend op vermogende klanten (hetgeen [eiseres sub 2] niet doet) die bovendien gevestigd dan wel woonachtig zijn in Brabant (terwijl het werkgebied van [eiseres sub 2] is beperkt tot Limburg). Ten tweede is, aldus [gedaagde sub 2] , in de laatste zin van het verbod de geografische werking ervan beperkt, omdat deze het toestaat dat [gedaagde sub 2] vanuit het buitenland wel soortgelijke werkzaamheden verricht. Bij het sluiten van de overeenkomst was het aan [eiseres sub 1] bekend dat [gedaagde sub 2] van plan was om een groot deel van zijn tijd door te brengen in zijn woning in Spanje en om van daaruit nog werkzaamheden te verrichten.
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing);