Verzoekster diende op 16 mei 2024 een wrakingsverzoek in tegen mr. C.A.M. van Wesel, rechter in een zaak betreffende beschermingsbewind en mentorschap. Dit verzoek werd op 3 juni 2024 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder rechtvaardigende omstandigheden.
Op dezelfde dag diende verzoekster een nieuw wrakingsverzoek in, ditmaal wegens vermeende onjuiste behandeling van het eerdere verzoek. De wrakingskamer oordeelde dat het instrument van wraking niet bedoeld is voor heroverweging van eerdere beslissingen en dat geen nieuwe feiten waren aangevoerd.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoekster het wrakingsrecht lichtvaardig gebruikte, wat neerkomt op misbruik van recht. Daarom werd het nieuwe verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken over dezelfde rechter niet in behandeling worden genomen.
De beslissing werd op 5 juni 2024 uitgesproken door de wrakingskamer van de Rechtbank Limburg te Maastricht, bestaande uit drie rechters.