Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2024:3162

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
5 juni 2024
Publicatiedatum
7 juni 2024
Zaaknummer
10870321 CV EXLP 24-238
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 WarenwetregelingArt. 1:1 lid 4 AwbArt. 1:3 AwbArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling herinspectiekosten NVWA door ondernemer na bestuurlijke boetes

De Staat der Nederlanden vordert betaling van drie facturen voor herinspecties uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij een eenmanszaak. Deze herinspecties vonden plaats naar aanleiding van eerder opgelegde bestuurlijke boetes wegens overtredingen, waaronder allergeneninformatie. De ondernemer weigert betaling omdat hij geen opdracht zou hebben gegeven en stelt dat er dubbele facturen zijn en dat er geen monsters van producten zijn genomen.

De kantonrechter oordeelt dat de NVWA als agentschap van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit onder de Staat valt, die als rechthebbende optreedt. De ondernemer heeft de herinspecties niet weersproken en de facturen zijn als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht aangemerkt. De betalingsverplichting vloeit voort uit artikel 21 van Pro de Warenwetregeling, niet uit een overeenkomst.

De stellingen van de ondernemer dat er dubbele facturen zijn en dat er geen monsters zijn genomen, worden verworpen omdat de inspecties specifiek betrekking hadden op allergeneninformatie. Ook het ontbreken van bedragen in een vergelijkbare zaak doet niet af aan de betalingsplicht. De ondernemer wordt veroordeeld tot betaling van het factuurbedrag, rente en buitengerechtelijke incassokosten, alsmede de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De ondernemer wordt veroordeeld tot betaling van de herinspectiekosten, rente, incassokosten en proceskosten aan de Staat.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10870321 CV EXLP 24-238
Vonnis van de kantonrechter van 5 juni 2024
in de zaak van:
De publiekrechtelijke rechtspersoon
STAAT DER NEDERLANDEN,
gevestigd te ‘s-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: de Staat,
gemachtigde: Flanderijn, gerechtsdeurwaarder,
tegen:
[gedaagde]h.o.d.n.
[handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 6 december 2023,
  • het mondelinge antwoord van [gedaagde] van 10 januari 2024,
  • de conclusie van repliek van 7 februari 2024,
  • de conclusie van dupliek van 27 maart 2024.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er vonnis zal worden gewezen.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[gedaagde] voert een eenmanszaak: [handelsnaam] . De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) heeft herinspecties uitgevoerd bij de zaak van [gedaagde] en brengt de kosten hiervan bij haar in rekening. [gedaagde] wil deze kosten niet betalen.
Wat wordt er gevorderd en wat is het verweer?
2.2.
De Staat vordert betaling van drie facturen met een totaalbedrag van € 561,63, rente hierover vanaf 8 mei 2022 tot de dagvaarding van € 28,13 en buitengerechtelijke incassokosten van € 101,93, vermeerderd met rente en proceskosten.
2.3. De facturen zien op drie herinspecties: op 30 maart 2022, 11 juli 2022 en
30 november 2022. De Staat stelt dat de NVWA op 27 januari 2022 naar aanleiding van verscheidene overtredingen een bestuurlijke boete aan [gedaagde] heeft opgelegd. De herinspectie op 30 maart 2022 is het gevolg geweest van deze boetebeschikking. Om te controleren of de geconstateerde overtreding is opgeheven, is deze inspectie uitgevoerd. Naar aanleiding van deze herinspectie is de factuur van 8 april 2022 gestuurd. Naar aanleiding van de herinspectie van 30 maart 2022, is op 31 maart 2022 een waarschuwing aan [gedaagde] gegeven in verband met allergeneninformatie. Deze overtreding is de aanleiding geweest voor een herinspectie op 11 juli 2022. De kosten van deze herinspectie zijn op 29 juli 2022 aan [gedaagde] gefactureerd. Naar aanleiding van de herinspectie van 11 juli 2022 is een rapport van bevindingen opgesteld en is op 2 september 2022 wederom een bestuurlijke boete opgelegd. Deze bevindingen en boete zijn de reden geweest dat op 30 november 2022 wederom een herinspectie is uitgevoerd om te controleren of de overtredingen waren opgeheven. De kosten van deze herinspectie zijn op 16 december 2022 aan [gedaagde] gefactureerd. Volgens de Staat ligt de grondslag voor de facturen in artikel 21 Warenwetregeling Pro doorberekening kosten, op basis waarvan zij wettelijk vastgestelde bedragen in rekening mag brengen voor de verrichte herinspecties.
2.4. [gedaagde] stelt dat NVWA ongevraagd komt en zij geen opdracht daarvoor heeft gegeven. Volgens [gedaagde] zijn voor hetzelfde feit dubbele facturen opgelegd. Voor de veiligheid van producten moeten er monsters van het product worden genomen, maar dat is niet gebeurd stelt [gedaagde] . [gedaagde] stelt verder dat de NVWA alleen herinneringen van de facturen overlegt en niet de originele facturen. Volgens [gedaagde] komt de deurwaarder met de doorberekening van kosten, terwijl voor een zelfde soort zaak ( [naam] ) geen bedragen zijn ingevuld.
Wat vindt de rechter?
2.5.
De vordering heeft betrekking op handelingen van de NVWA. De NVWA is een agentschap dat valt onder het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Dit ministerie is een bestuursorgaan zonder eigen rechtspersoonlijkheid dat aan de Staat toebehoort. Op grond van artikel 1:1 lid 4 Awb Pro is de Staat de rechthebbende ten aanzien van de vordering op [gedaagde] .
2.6.
De gang van zaken zoals geschetst door de Staat (onder 2.3) is niet door [gedaagde] weersproken. Niet in geschil is dus dat de NVWA drie herinspecties heeft uitgevoerd. De stelling van [gedaagde] dat er dubbele facturen voor hetzelfde feit zijn opgelegd, volgt de kantonrechter dus niet. De facturen voor de herinspecties heeft de Staat bij de dagvaarding gevoegd. Er zijn dus ook niet alleen herinneringen overgelegd.
2.7.
Op grond van artikel 21 lid 1 van Pro de Warenwetregeling doorberekening kosten, in samenhang met artikel 1:1 lid 4 van Pro de Awb, mocht de Staat de kosten voor de herinspectie door de NVWA aan [gedaagde] doorbelasten. Dat [gedaagde] geen opdracht heeft gegeven voor de herinspecties is dus niet relevant. De grondslag voor de betalingsverplichting is niet een overeenkomst tussen partijen, maar is te vinden in de wet.
2.8.
Dat er geen monsters van producten zijn genomen, vindt de kantonrechter ook niet relevant. De inspecties zagen namelijk op allergeeninformatie en niet op (de kwaliteit van) producten. Dat aan [naam] geen bedragen in rekening zijn gebracht, doet aan de betalingsverplichting van [gedaagde] niet af. De kantonrechter kent de feiten in die zaak niet dus kan hier verder ook geen oordeel over vellen.
2.9.
Tot slot wijst de kantonrechter er nog op dat de facturen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. [gedaagde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de facturen, waardoor hier formele rechtskracht aan toe komt. Dat betekent dat de kantonrechter uit moet gaan van de juistheid van de facturen. De verweren van [gedaagde] ten aanzien van de facturen kunnen ook om die reden niet slagen.
2.10.
[gedaagde] zal dus het totaalbedrag van de facturen van € 561,63, aan de Staat moeten betalen. De gevorderde wettelijke rente hierover is niet weersproken en ook toewijsbaar.
2.11.
Het gevorderde bedrag van € 101,93 aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal ook worden toegewezen.
Proceskosten
2.12.
[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld om de proceskosten van de Staat te betalen. De proceskosten worden aan de kant van de Staat begroot op:
- explootkosten € 130,49
- griffierecht € 328,00
- salaris gemachtigde
€ 270,00(2 punten x tarief € 135,00)
In totaal € 728,49.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 691,69 aan de Staat, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 6 december 2023 tot de dag van algehele betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de Staat begroot op € 728,49,
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. de Boer en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2024.