ECLI:NL:RBLIM:2024:2838
Rechtbank Limburg
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond wegens ontbreken informed consent bij DNA-afname
De veroordeelde maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel, stellende dat de afname niet door een arts of verpleegkundige was uitgevoerd en dat hij niet ondubbelzinnig in een voor hem begrijpelijke taal was geïnformeerd over zijn rechten.
De rechtbank constateerde dat het bevel tot DNA-afname was gebaseerd op een geldige veroordeling voor medeplegen van het voorbereiden van mensensmokkel. De afname vond plaats door een bevoegde opsporingsambtenaar, niet door een arts of verpleegkundige, wat volgens de wet is toegestaan mits de veroordeelde daar geen bezwaar tegen maakt.
Echter bleek uit het dossier dat de veroordeelde de Nederlandse taal niet machtig is en dat niet is vastgesteld dat de communicatie over het afstand doen van het recht op afname door een arts of verpleegkundige in een voor hem begrijpelijke taal en op een wijze met voldoende waarborgen heeft plaatsgevonden. Hierdoor ontbrak de vereiste informed consent.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en beval de onmiddellijke vernietiging van het afgenomen celmateriaal.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de DNA-afname wordt gegrond verklaard wegens het ontbreken van informed consent en het afgenomen celmateriaal moet worden vernietigd.