Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 maart 2024
Rechtbank Limburg
Stichting Weller Wonen verhuurt sinds oktober 2022 een woning aan de huurder, die een huurachterstand heeft opgebouwd van €537,78 tot en met februari 2024. Ondanks meerdere sommatiebrieven en een betalingsregeling is de huur steeds te laat betaald, waardoor een maand achterstand bleef bestaan. Weller heeft de automatische incasso stopgezet vanwege storneringen, waarna de huurder zelf moest betalen.
Weller vordert betaling van de achterstallige huur, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De huurder erkent de achterstand, maar betwist de kosten. De kantonrechter oordeelt dat de huurder tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en dat de vordering toewijsbaar is. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, maar slechts tot het lagere bedrag dat in de sommatiebrief is genoemd (€97,33).
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €635,11 plus wettelijke rente vanaf de dagvaarding, alsmede de proceskosten van €735,39. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 22 mei 2024 door kantonrechter P.H.M. Kuster gewezen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.