ECLI:NL:RBLIM:2024:2510
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende vooringenomenheid ongegrond verklaard
Op 13 maart 2024 heeft verzoeker bij de aanvang van een rolzitting een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. T. Dohmen, rechter in de rechtbank Limburg, in een civiele zaak tussen Stichting Mooiland en verzoeker. Verzoeker stelde dat de rechter bevooroordeeld was omdat eiser niet aanwezig was op de rolzitting.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid. De subjectieve vrees van verzoeker is niet doorslaggevend; de vrees moet objectief gerechtvaardigd zijn.
De kamer stelde vast dat een rolzitting geen gewone zitting is en dat partijen ervoor kunnen kiezen niet te verschijnen. De afwezigheid van eiser vormt geen grond voor wraking. Omdat geen andere gronden voor wraking waren aangevoerd, werd het verzoek zonder mondelinge behandeling ongegrond verklaard.
De beslissing is op 21 maart 2024 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg, bestaande uit drie rechters.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wegens vermeende vooringenomenheid is ongegrond verklaard.