Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Limburg
De huurder huurt sinds 2015 een woning en heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd, deels veroorzaakt door een beëindigd schuldhulpverleningstraject. De verhuurder heeft de huurovereenkomst opgezegd vanwege de huurachterstand, het niet tijdig betalen van huur, vermeend slecht onderhoud en het niet toelaten van servicemedewerkers. De huurder betwist enkele van deze punten, erkent een achterstand maar betwist de hoogte.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand bijna drie maanden bedraagt en dat de huurder regelmatig te laat betaalt. Andere vermeende tekortkomingen zoals slecht onderhoud en het niet toelaten van servicemedewerkers zijn niet onderbouwd en worden verworpen. De huurachterstand en het stelselmatig te laat betalen vormen voldoende grond voor ontbinding van de huurovereenkomst.
De kantonrechter ontbindt de huurovereenkomst, veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen twee weken na betekening van het vonnis, en tot betaling van de achterstallige huur en wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens een ongeldige aanmaning. De huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand met rente.