ECLI:NL:RBLIM:2024:2235
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters na afwijzing aanhoudingsverzoek in gezagszaak minderjarige
Op 16 januari 2024 vond een mondelinge behandeling plaats over het verzoek tot beëindiging van het gezag over een minderjarige. Tijdens deze zitting diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de meervoudige kamer, omdat het aanhoudingsverzoek was afgewezen en de raadsvertegenwoordigster niet op de hoogte zou zijn van de zaak.
De rechters gaven aan dat er geen beslissingen waren genomen die hun onpartijdigheid in gevaar brachten en dat de aanwezigheid van een niet-zaakbekwame medewerkster van de raad geen grond voor wraking vormt. De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De wrakingskamer stelde vast dat het afwijzen van het aanhoudingsverzoek een procesbeslissing is en dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of schijn daarvan. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is ongegrond verklaard en afgewezen.