Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
toepassing schuldsaneringsregeling
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
[verzoeker] ,
Rechtbank Limburg
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank beoordeelde het verzoek en stelde vast dat de procedure en het verzoekschrift aan de wettelijke eisen voldeden. Tijdens de mondelinge behandeling waren verzoeker, een vertegenwoordiger van de gemeente Peel en Maas en de bewindvoerder aanwezig.
De rechtbank onderzocht of verzoeker zich voldoende had ingespannen om maximale aflossingen te realiseren ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers in de buitengerechtelijke fase. Uit het overzicht van afdrachten bleek dat verzoeker niet het maximaal haalbare bedrag had afgedragen; er was een tekort van €1.177,01. Daarnaast waren er onduidelijkheden over de berekening van het vrij te laten bedrag (VTLB), met name over correcties voor alimentatie en reiskosten die niet volgens de normen waren toegepast.
Ook werd vastgesteld dat het leefgeld dat verzoeker ontvangt mogelijk te ruim is vastgesteld, mede doordat de energietoeslag inmiddels is besteed en er geen spaargeld meer is. De rechtbank concludeerde dat verzoeker niet had voldaan aan de inspanningsplicht om maximale aflossingen te doen en daarom geen aanleiding was om de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verkorten.
De rechtbank sprak de schuldsaneringsregeling uit met een looptijd van 18 maanden vanaf de datum van het vonnis. Tevens werd een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd, en werd de bewindvoerder gemachtigd om gedurende dertien maanden post van verzoeker te openen. Alle bijzondere beslagen op het loon en/of uitkeringen van verzoeker werden opgeheven.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt toegepast met een looptijd van 18 maanden zonder verkorting vanwege onvoldoende maximale aflossingen.