Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.2. [gedaagde sub 2] ,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 8 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
Rechtbank Limburg
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van zijn woning die hij tijdelijk verhuurde aan gedaagden. De huurovereenkomst was voor bepaalde tijd, van 1 april 2022 tot en met 31 maart 2024, en is tijdig opgezegd door eiser met schriftelijke aanzeggingen. Gedaagde sub 2 betwist ontvangst van de aanzeggingen en stelt dat de huurovereenkomst daardoor is verlengd voor onbepaalde tijd.
De kantonrechter oordeelt dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat aan de wettelijke aanzegverplichting is voldaan, mede omdat gedaagde sub 2 de ontvangst van diverse aanzeggingen erkent, ook al betwist hij de ontvangst van aangetekende brieven. Gedaagde sub 1 is verstek verleend wegens niet verschijnen en ongeldige vertegenwoordiging.
De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van vijf dagen na betekening van het vonnis. De gevorderde huurpenningen voor de periode na 31 maart 2024 worden toegewezen, evenals de proceskosten, met uitzondering van ontruimingskosten die niet onder de wettelijke kosten vallen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter beveelt ontruiming binnen vijf dagen en veroordeelt gedaagden tot betaling van huurpenningen en proceskosten.