Eisers, bewoners van een appartement, vorderden een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens lekkages die zij toeschreven aan gedaagde, de voormalige buurvrouw en eigenaar van het naastgelegen appartementsrecht. Eisers stelden dat gedaagde onrechtmatig had gehandeld door lekkages vanuit haar appartement niet tijdig te verhelpen, wat schade veroorzaakte.
De rechtbank oordeelde dat de lekkages in de badkamer sinds februari 2021 waren hersteld en dat er eind 2022 geen sprake was van lekkages, zoals bevestigd door een deskundigenrapport. Gedaagde had bovendien voortvarend gehandeld om herstelwerkzaamheden te realiseren en was niet verantwoordelijk voor vertragingen die buiten haar invloed lagen. Ten aanzien van het risalerend deel (bordes) was de eigendomssituatie onduidelijk geweest, waardoor herstel pas na goedkeuring van de Monumentencommissie kon plaatsvinden.
De rechtbank concludeerde dat eisers onvoldoende feiten hadden gesteld om onrechtmatigheid aan te tonen en wees de vorderingen af. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd op 10 april 2024 uitgesproken door mr. T. Dohmen.