ECLI:NL:RBLIM:2024:1839
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering omgevingsvergunning voor opvang kwetsbare doelgroepen
Verzoekster heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het permanente gebruik van een pand voor de opvang van kwetsbare doelgroepen, in strijd met de geldende beheersverordening. Verweerder heeft deze vergunning geweigerd op grond van artikel 2.12 van de Wabo, zonder een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de gemeenteraad te overleggen, terwijl deze volgens artikel 2.27 Wabo en artikel 6.5 Bor vereist is.
De voorzieningenrechter constateert dat verweerder niet heeft gemotiveerd waarom een vvgb niet vereist zou zijn en dat deze ook niet is gevraagd. Hierdoor ontbreekt de bevoegdheid van verweerder om de vergunning te weigeren, wat een ernstig gebrek vormt in het besluit. De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen.
De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit tot zes weken na de uitspraak op het beroep en verbiedt verweerder handhavend op te treden op basis van dit besluit gedurende die periode. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst wegens ontbreken van een vereiste verklaring van geen bedenkingen.