Uitspraak
[handelsnaam],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Limburg
In december 2021 gaf eiser opdracht aan gedaagde voor een periodieke autokeuring en herstelwerkzaamheden aan zijn Mitsubishi Pajero Pinin. Gedaagde keurde de auto af, voerde herstel uit en keurde de auto goed zonder factuur op te maken. Een jaar later werd de auto opnieuw afgekeurd vanwege roestschade. Eiser stelde dat de eerdere herstelwerkzaamheden niet correct waren uitgevoerd en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat de opdracht ook de herstelwerkzaamheden aan adviespunten omvatte. Er was geen bewijs van betaling of overeenkomst voor deze extra werkzaamheden. Daarnaast kon niet worden vastgesteld dat de gebreken in 2022 dezelfde waren als die in 2021 hersteld moesten worden. Uit de rapporten bleek dat het herstelpunt in 2021 correct was uitgevoerd.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser geen ingebrekestelling had gedaan en gedaagde niet in verzuim was geraakt. Eiser had geen klacht ingediend bij gedaagde en had zelfs verklaard geen herstel te hebben gevraagd. Hierdoor was gedaagde niet gehouden tot schadevergoeding. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiser tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van tekortkoming en ontbreken van ingebrekestelling.