Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2024:1636

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
29 maart 2024
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
C/03/323819 / FA RK 23-4108
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Brussel II-terArt. 5 Verordening huwelijksvermogensstelselsArt. 10:56 BWArtikel 3 sub b Alimentatieverordening 4/2009Artikel 3 Protocol van 23 november 2007
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding en verdeling huwelijksgoederengemeenschap met interregionaal karakter Curaçao-Nederland

Partijen zijn gehuwd op 10 juli 2011 te Curaçao en hebben de Nederlandse nationaliteit. De zaak heeft een interregionaal karakter vanwege de verbondenheid met zowel Nederland als Curaçao. De rechtbank onderzoekt ambtshalve de geldigheid van het huwelijk en bevestigt dat het huwelijk rechtsgeldig is volgens Nederlands recht.

De vrouw verzoekt de echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De Nederlandse rechter wordt geacht rechtsmacht te hebben op grond van Brussel II-ter en het feit dat de vrouw in Nederland woont en de Nederlandse nationaliteit bezit. Nederlands recht is van toepassing op het echtscheidingsverzoek en de partnerbijdrage.

De vrouw verzoekt tevens een partnerbijdrage van €560 per maand en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De rechtbank bevestigt haar rechtsmacht ook ten aanzien van het huwelijksvermogensstelsel, waarbij het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing is. De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding, partnerbijdrage en verdeling van de gemeenschap als niet weersproken en op de wet gegrond toe.

De rechtbank benoemt een notaris voor de verdeling en voorziet in vertegenwoordiging van de man indien deze niet meewerkt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, wijst de partnerbijdrage toe en beveelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap onder Nederlands recht.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie en jeugd
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rekestnummer: C/03/323819 / FA RK 23-4108
Beschikking d.d. 29 maart 2024 betreffende de echtscheiding
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. P. Winkens, gevestigd te Hoensbroek, gemeente Heerlen,
in deze gemachtigd door [naam bv] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen van de vrouw, als zodanig benoemd bij beschikking van de kantonrechter van deze rechtbank van 23 oktober 2023,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen de man.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 30 oktober 2023;
- het betekeningsexploot;
- de F9-formulieren van de vrouw, ingekomen op 3 november 2023 (met bijlage) en
11 maart 2024 (met bijlagen).
1.2.
Binnen de daarvoor gestelde termijn is door de man geen verweerschrift ingediend.

2.De beoordeling

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op 10 juli 2011 te Curaçao.
2.2.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
2.3.
Rechtsmacht
2.3.1.
Onderhavige zaak is niet alleen verbonden met Nederland maar vanwege de plaats waar het huwelijk is voltrokken en vanwege de plaats waar partijen gedurende een reeks van jaren hebben gewoond en waar de man nog steeds woont, ook met Curaçao. Die aspecten brengen mee dat de zaak een interregionaal (privaatrechtelijk) karakter draagt en dat uit het recht van verschillende landen van het Koninkrijk moet worden gekozen.
2.3.2.
Bij de beantwoording van de vraag of de Nederlandse rechter in een geval van interregionale aard rechtsmacht toekomt, dient de rechter zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de bevoegdheidsbepalingen die voor hem gelden op het terrein van het internationaal privaatrecht (HR 2 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:163).
In dit geval ligt het voor de hand aansluiting te zoeken bij de Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (herschikking), kort genoemd Brussel II-ter, als “dichtstbijzijnde” bevoegdheidsbepaling.
Nu de vrouw de Nederlandse nationaliteit heeft en tenminste zes maanden in Nederland woont volgt uit artikel 3, aanhef, onder a en onder vi, Brussel II-ter dat de Nederlandse rechter in interregionale zin rechtsmacht toekomt om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.
Ook ten aanzien van het toepasselijk recht geldt in een geval van interregionaal recht dat de rechter aansluiting zoekt bij de dichtstbijzijnde regel van internationaal privaatrecht. De rechtbank zal daar hierna telkens een overweging aan wijden.
2.4.
Erkenning huwelijk
2.4.1.
De rechtbank onderzoekt eerst ambtshalve of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk omdat bij een bevestigend antwoord eerst het verzoek echtscheiding aan de orde kan komen.
2.4.2.
Nu Curaçao een zelfstandig land is, dat behoort tot het Koninkrijk der Nederlanden is een aldaar voltrokken huwelijk rechtsgeldig in Nederland.
2.4.3.
Daarmee is de eerste vraag bevestigend beantwoord en komt de rechtbank toe aan de beoordeling van het verzoek tot echtscheiding.
2.5.
Scheiding
2.5.1.
De vrouw heeft verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
2.5.2.
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift beide partijen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit bezaten, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.
2.5.3.
Op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
2.5.4.
Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.
2.6.
Onderhoudsbijdrage
2.6.1.
De vrouw heeft verzocht een door de man te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud (hierna ook: partnerbijdrage) vast te stellen van € 560,00 per maand.
2.6.2.
De Nederlandse rechter is op grond van artikel 3 sub b van Pro de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008) bevoegd om van het alimentatieverzoek kennis te nemen.
2.6.3.
De rechtbank zal op grond van artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007 het Nederlands recht toepassen op het verzoek tot vaststelling van een partnerbijdrage, nu de onderhoudsgerechtigde gewone verblijfplaats in Nederland heeft.
2.6.4.
De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot de partnerbijdrage als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
2.7.
Verdeling
2.7.1.
De vrouw heeft verzocht de verdeling te bevelen van de tussen de partijen bestaande goederengemeenschap, ten overstaan van een notaris en met benoeming van een onzijdig persoon.
2.7.2.
Nu de Nederlandse rechter op grond van de Brussel II-ter Verordening rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels).
2.7.3.
Op het huwelijksvermogensregime is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing.
2.7.4.
Niet gebleken is dat partijen een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht.
2.7.5.
Partijen hadden bij de huwelijksvoltrekking dan wel kort daarna alleen de nationaliteit van Nederland gemeenschappelijk in de zin van artikel 15, lid 1 van het Verdrag. Nederland is een zogenaamd nationaliteitsland en heeft de verklaring van artikel 5 van Pro het Verdrag afgelegd.
2.7.6.
Partijen hebben na de huwelijksvoltrekking dan wel kort daarna hun eerste gewone verblijfplaats op het grondgebied van dezelfde staat gevestigd, te weten Curaçao. Partijen woonden vóór het huwelijk al ten minste vijf jaar daar. De rechtbank gaat er vanuit dat nu Curaçao, als zelfstandig land, behoort tot het Koninkrijk der Nederlanden, dit land zich ook als een nationaliteitsland beschouwt.
2.7.7.
Op grond van het bepaalde in artikel 4, lid 2 aanhef en sub 1 van het Verdrag werd vanaf de datum van de huwelijksvoltrekking het gemeenschappelijke nationale recht van partijen, te weten het Nederlandse recht, van toepassing op hun huwelijksvermogensregime.
2.7.8.
Dit recht is daarop nog steeds van toepassing.
2.7.9.
De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot het bevel tot verdeling als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd te Curaçao op 10 juli 2011;
3.2.
bepaalt dat de man € 560,00 per maand dient te betalen aan de vrouw als uitkering tot levensonderhoud, met ingang van de dag van inschrijving van de beschikking tot echt-scheiding in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
3.3.
beveelt partijen over te gaan tot verdeling van hun goederengemeenschap ten overstaan van een notaris;
3.4.
benoemt, voor het geval partijen het binnen veertien dagen na inschrijving van de beschikking tot echtscheiding over de keuze van een notaris niet eens zijn, mr. J.L.G. Fleuren , notaris te Heerlen , of diens waarnemer of opvolger;
3.5.
bepaalt dat wanneer de man niet meewerkt aan de verdeling mr. F.G.H.J. Niemarkt, advocaat te Heerlen, als zijn vertegenwoordiger zal optreden;
3.6.
verklaart de beslissing met betrekking tot de partnerbijdrage en de verdeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 29 maart 2024.
VH
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv Pro openlijk bekend is gemaakt.