De rechtbank Limburg behandelde op 13 maart 2024 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het bezit van kinderporno en dierenporno in de periode van augustus 2020 tot februari 2021. De tenlastelegging omvatte het bezit van kinderporno waarbij sprake zou zijn van een gewoonte, en het bezit van dierenporno.
De officier van justitie eiste vrijspraak omdat weliswaar kinder- en dierenpornografisch materiaal was aangetroffen op de telefoon en laptop van verdachte, maar er geen overtuigend bewijs was dat verdachte opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin. De verdediging voerde aan dat verdachte geen weet had van de bestanden en dat mogelijk een ander gebruiker verantwoordelijk was. Ook was onduidelijk waar en hoe de bestanden waren opgeslagen, en of deze toegankelijk waren voor verdachte.
De rechtbank oordeelde dat het dossier geen wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte opzet had op het bezit van de strafbare beelden. De verdachte werd daarom vrijgesproken. Tevens werd de teruggave van de in beslag genomen Apple iPhone en MacBook aan verdachte gelast, onder de voorwaarde dat deze eerst worden teruggezet naar fabrieksinstellingen om alle strafbare inhoud te verwijderen.