De rechtbank Limburg heeft op 1 maart 2024 uitspraak gedaan in een zaak over wijziging van kinderalimentatie voor een minderjarige geboren in 2019. De vader verzocht om vermindering van de alimentatie wegens gewijzigde omstandigheden en onjuiste inkomensgegevens bij eerdere vaststelling. De moeder verzocht afwijzing van het verzoek en stelde dat de vader zwarte inkomsten had en schulden niet relevant waren.
De rechtbank stelde vast dat de eerdere alimentatie was gebaseerd op een te hoog geschat inkomen van de vader en dat de werkelijke winst uit onderneming lager was. De behoefte van het kind werd vastgesteld op basis van het netto gezinsinkomen van de ouders in 2019 en 2020, waarbij rekening werd gehouden met de aanwezigheid van andere kinderen. De draagkracht van beide ouders werd berekend volgens de methode van de Expertgroep Alimentatie, waarbij geen rekening werd gehouden met vermeende zwarte inkomsten of schulden van de vader wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank verdeelde de draagkracht naar rato van de behoefte van de kinderen en hield rekening met een zorgkorting voor de vader over de periode dat het kind bij hem verbleef. Voor de periode vanaf 1 april 2023 werd vastgesteld dat de gezamenlijke draagkracht onvoldoende was om in de volledige behoefte te voorzien, waardoor de vader een bijdrage van €99,- per maand moet betalen. De wijziging van de alimentatie gaat met terugwerkende kracht in vanaf 1 juli 2021. Terugbetaling van te veel betaalde alimentatie wordt niet opgelegd omdat de moeder niet in staat is dit te voldoen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en beide partijen dragen hun eigen proceskosten.