ECLI:NL:RBLIM:2024:1300
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting kamer wegens aanwezigheid heroïne
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om zijn kamer voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van 393,7 gram heroïne en attributen die duiden op drugshandel. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en beoordeeld of de burgemeester in redelijkheid tot sluiting kon besluiten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het proces-verbaal van de politie, op ambtseed opgemaakt, voldoende bewijs vormt voor de aanwezigheid van harddrugs, ondanks dat verzoeker betwist dat de stoffen daadwerkelijk heroïne betreffen. De burgemeester heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde, mede gelet op de ernst van de overtreding en eerdere drugshandel vanuit de woning.
Verder is de sluiting evenredig geacht, ondanks de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, zoals zijn langdurige verblijf, gezondheidsproblemen en mogelijke gevolgen voor zijn baan. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat is vervangende woonruimte te vinden of dat er sprake is van een bijzondere binding met de kamer. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek af en laat de sluiting van de kamer in stand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de kamer wegens aanwezigheid van heroïne wordt afgewezen.