Op 19 maart 2024 heeft de rechtbank Limburg uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van afpersing en bedreiging op 8 juni 2021 in Maasbracht. De zaak is inhoudelijk behandeld op 5 maart 2024, waarbij verdachte, zijn raadsman, de officier van justitie en de benadeelde partijen aanwezig waren.
De tenlastelegging betrof het afpersen van een bedrijf via diens werknemers door middel van geweld en bedreiging. De rechtbank oordeelde echter dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte schuldig te verklaren aan de ten laste gelegde feiten. Daarom werd verdachte vrijgesproken.
De benadeelde partijen hadden schadevergoedingen en proceskosten gevorderd, maar aangezien verdachte werd vrijgesproken, verklaarde de rechtbank hen niet-ontvankelijk in hun vorderingen. Tevens werden zij veroordeeld in de kosten die door verdachte zijn gemaakt ter verdediging, welke nihil werden begroot. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. H.M.J. Quaedvlieg.