ECLI:NL:RBLIM:2024:1248
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing erfpachtrecht wegens onvoorziene omstandigheden zonder vergoeding voor opstallen
De Gemeente Weert vordert de opheffing van het recht van erfpacht dat zij aan de Businessclub heeft verstrekt en dat door Hooghuys is gekocht. De Gemeente stelt dat onvoorziene omstandigheden, zoals het faillissement van de Businessclub en het feit dat het pand leegstaat, het onredelijk maken om het erfpachtrecht in stand te houden. Hooghuys verzet zich tegen opheffing en vordert wijziging van de gebruiksbeperkingen of een vergoeding gelijk aan de WOZ-waarde.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van onvoorziene omstandigheden, omdat bij het aangaan van de erfpacht geen rekening is gehouden met de bedrijfsbeëindiging van de Businessclub. De Gemeente heeft een zwaarwegend belang bij opheffing om het pand te kunnen herontwikkelen. Hooghuys maakt geen gebruik van het erfpachtrecht en kan het pand niet exploiteren binnen de geldende gebruiksbeperkingen.
De vordering tot wijziging van de gebruiksbeperkingen wordt afgewezen, omdat de Gemeente niet heeft toegezegd deze te verruimen en de publiekrechtelijke bestemming 'sport' een fysiotherapiepraktijk uitsluit. De rechtbank stelt vast dat het erfpachtrecht waardeloos is en dat de Gemeente geen vergoeding voor het pand verschuldigd is, omdat dit in de erfpachtovereenkomst is uitgesloten.
De rechtbank wijst de vorderingen van de Gemeente toe, heft het erfpachtrecht op, legt een dwangsom op aan Hooghuys en veroordeelt Hooghuys in de proceskosten. De vorderingen van Hooghuys worden afgewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het erfpachtrecht wordt opgeheven zonder vergoeding, met veroordeling van Hooghuys in proceskosten en oplegging van een dwangsom.