ECLI:NL:RBLIM:2024:1132

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 maart 2024
Publicatiedatum
11 maart 2024
Zaaknummer
10847745 \ CV EXPL 23-5617
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 125 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering verstek wegens ontbreken originele dagvaarding in incassoprocedure Basic-Fit tegen gedaagde

In deze civiele zaak vordert Basic-Fit Nederland B.V. betaling van een vordering tegen gedaagde. Gedaagde is niet verschenen op de zitting. De kantonrechter stelde vast dat eiseres de originele dagvaarding niet tijdig heeft ingediend bij de griffie, zoals vereist volgens artikel 125 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Eiseres kreeg meerdere kansen om het verzuim te herstellen door een herstelexploot te overleggen, maar heeft dit nagelaten. Hierdoor vervalt de aanhangigheid van het geding en kan het gevraagde verstek niet worden verleend.

De kantonrechter weigert daarom het verstek en verklaart de procedure beëindigd. Dit betekent dat de zaak niet inhoudelijk is behandeld vanwege procedurele tekortkomingen van eiseres.

Het vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en op 6 maart 2024 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het gevraagde verstek wordt geweigerd vanwege het ontbreken van de originele dagvaarding, waardoor de procedure eindigt.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10847745 \ CV EXPL 23-5617
Vonnis van de kantonrechter van 6 maart 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BASIC-FIT NEDERLAND B.V., H.O.D.N. BASIC-FIT MAASTRICHT GEUSSELT,
te Hoofddorp,
eisende partij,
hierna te noemen: Basic-Fit,
gemachtigde: Snijder Incasso en Gerechtsdw. Beverwijk,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de (kopie van de) dagvaarding van 11 december 2023,
- de brieven van 20 december 2023, 24 januari 2024 en 8 februari 2024 aan eisende partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
Bij dagvaarding van 11 december 2023 is gedaagde opgeroepen te verschijnen ter terechtzitting van deze rechtbank, kamer voor kantonzaken, op 20 december 2023.
2.2.
Gedaagde is niet ter terechtzitting verschenen.
2.3.
De kantonrechter heeft eiseres bij brieven van 20 december 2023 en 24 januari 2024 in de gelegenheid gesteld om op de rolzitting van 10 januari 2024 en 7 februari 2024 het geconstateerde verzuim, namelijk het ontbreken van een originele dagvaarding, te herstellen. Eiseres heeft de originele dagvaarding niet overgelegd.
2.4.
Op grond van artikel 125 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is het geding aanhangig vanaf de dag der dagvaarding. Artikel 125 lid 2 Rv Pro bepaalt dat het exploot van dagvaarding door eiser ter griffie wordt ingediend uiterlijk op de laatste dag waarop de griffie is geopend, voorafgaande aan de in de dagvaarding vermelde roldatum. De aanhangigheid van het geding vervalt, zo is bepaald in artikel 125 lid 4 Rv Pro, indien het exploot van dagvaarding niet uiterlijk op het in het tweede lid vermelde tijdstip ter griffie is ingediend, tenzij binnen twee weken na de in de dagvaarding genoemde roldatum een herstelexploot is uitgebracht.
2.5.
Eiseres heeft geen herstelexploot uitgebracht, zodat het gevraagde verstek moet worden geweigerd.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
weigert het gevraagde verstek en verstaat dat de instantie is geëindigd.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2024.
RJ