ECLI:NL:RBLIM:2024:1121

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 maart 2024
Publicatiedatum
11 maart 2024
Zaaknummer
10703243 \ CV EXPL 23-3947
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onbetaalde medische facturen en incassokosten door patiënt

De Stichting Zuyderland Medisch Centrum heeft een vordering ingesteld tegen een patiënt wegens onbetaalde medische facturen, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De patiënt was via zijn huisarts doorverwezen en ontkende de vordering niet, maar kon geen betalingsregeling treffen.

De rechtbank constateerde dat de patiënt niet is verschenen bij de mondelinge behandeling en zijn verweer onvoldoende was om de vordering te betwisten. De gevorderde wettelijke rente en incassokosten voldeden aan de wettelijke vereisten en werden daarom toegewezen.

De rechtbank veroordeelde de patiënt tot betaling van het volledige bedrag van € 1.690,66, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 september 2023, en tot betaling van de proceskosten van € 1.005,49. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De patiënt wordt veroordeeld tot betaling van € 1.690,66 met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10703243 \ CV EXPL 23-3947
Vonnis van 6 maart 2024
in de zaak van
de stichting
STICHTING ZUYDERLAND MEDISCH CENTRUM,
gevestigd te Heerlen,
eisende partij,
hierna te noemen: Zuyderland,
gemachtigde: E.P.H. Latten,
tegen
[gedaagde],
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord
  • de beslissing van 22 november 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
  • de mondelinge behandeling van 19 januari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Zuyderland vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.690,66, bestaande uit € 1.391,34 aan onbetaald gelaten facturen, € 46,79 aan vervallen wettelijke rente en € 252,53 aan buitengerechtelijke kosten inclusief btw, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
Zuyderland legt aan haar vordering ten grondslag dat zij met [gedaagde] een geneeskundige behandelingsovereenkomst heeft gesloten en op grond daarvan [gedaagde] medisch heeft behandeld. Ondanks herhaalde aanmaningen is [gedaagde] met de nakoming van zijn betalingsverplichtingen in gebreke gebleven.
2.3.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd.
[gedaagde] was via zijn huisarts naar Zuyderland doorverwezen. Hoewel hij het niet eens was, wilde hij de rekening netjes afhandelen. Helaas was het voor hem niet mogelijk om een betalingsregeling te treffen.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] is niet ter mondelinge behandeling verschenen. In zijn conclusie van antwoord is niet te lezen dat hij het niet eens is met de vordering. De vordering is onvoldoende weersproken en ligt daarom voor toewijzing gereed.
3.2.
[gedaagde] heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de gevorderde vervallen wettelijke rente, zodat die - als op de wet gegrond - wordt toegewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente vanaf 4 september 2023.
3.3.
Zuyderland vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gemachtigde van Zuyderland heeft aan [gedaagde] aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 252,53 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
3.4.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
1.391,34
- vervallen wettelijke rente
46,79
- buitengerechtelijke incassokosten
252,53
+
totaal
1.690,66
- betalingen
0,00
-/-
Totaal
1.690,66
3.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zuyderland worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
130,49
- griffierecht
365,00
- salaris gemachtigde
408,00
(2,00 punten × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.005,49

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zuyderland te betalen een bedrag van € 1.690,66, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 1.391,34, met ingang van 4 september 2023, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.005,49, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2024.
type: JEC