Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
- de heer [executeur 1] , geboren te [plaatsnaam] [notaris] op [geboortedatum] 1979, en
- de heer [executeur 2] , geboren te [plaatsnaam] op [geboortedatum] 1965.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Op 5 december 2023 overleed de heer [overledene]. Bij testament van 1 december 2023 benoemde hij twee executeurs, die op 13 december 2023 hun bevoegdheden overdroegen aan de Stichting als professionele executeur. De uiterste wil van erflater bevatte geen regeling omtrent de beloning van de executeur en bepaalde dat de executeur geen loon toekomt.
De Stichting verzocht de kantonrechter haar beloning vast te stellen op basis van haar gebruikelijke uurtarief van €230 exclusief btw en 6% dossierkosten. De kantonrechter oordeelde dat de indeplaatsstelling van de Stichting een onvoorziene omstandigheid vormde als bedoeld in artikel 4:159 lid 3 BW Pro, die een wijziging van de beloning rechtvaardigt.
De kantonrechter achtte het voorgestelde tarief redelijk en wees het verzoek van de Stichting toe zonder mondelinge behandeling. De Stichting krijgt aldus loon tegen het genoemde tarief, ondanks de testamentaire bepaling dat de executeur geen loon zou ontvangen.
Uitkomst: De kantonrechter wijst het verzoek van de Stichting toe en stelt de beloning van de executeur vast op €230 exclusief btw per uur en 6% dossierkosten exclusief btw.