ECLI:NL:RBLIM:2024:10263

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
C/03/334650 FA RK 24-2808
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.Th.M. Raab
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 1:20a BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot wijziging van voornaam wegens emotionele en religieuze redenen

Verzoeker, geboren in 2006 en met de Nederlandse nationaliteit, heeft bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend tot wijziging van zijn voornaam. De reden voor dit verzoek is dat zijn huidige voornaam hem herinnert aan zijn vader en het islamitische geloof, waarmee hij zich niet meer identificeert. Na een moeilijke periode en therapie heeft verzoeker afstand genomen van zijn vader en diens geloofsovertuiging, en gebruikt hij reeds de gewenste nieuwe voornaam in het dagelijks leven.

De rechtbank heeft beoordeeld dat er sprake is van een zwaarwichtig belang bij de voornaamswijziging, zoals vereist op grond van artikel 1:4 BW Pro. De hinder en het ongemak die verzoeker ervaart door zijn huidige voornaam, in combinatie met de emotionele en religieuze afstand, rechtvaardigen de wijziging. Tevens is getoetst dat de nieuwe voornaam passend is en niet in strijd met wettelijke bepalingen.

De rechtbank heeft het verzoek daarom toegewezen en gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand de voornamen van verzoeker te wijzigen. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2024 en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.

Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de voornaam wordt toegewezen vanwege het zwaarwichtig belang van verzoeker.

Uitspraak

Rechtbank Limburg

Familie en jeugd
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/334650 / FA RK 24-2808
Beschikking van 3 december 2024
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: verzoeker,
advocaat: mr. M.J.L. van den Aker-Groffen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Dit blijkt uit het volgende:
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 06 september 2024.

2.De feiten

2.1.
Uit een overgelegd uittreksel uit het register van geboorten van de [gemeente] blijkt, dat in die gemeente op [geboortedatum] 2006 is geboren:
[verzoeker]
2.2.
Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
Het verzoek houdt in de voornamen van [verzoeker] te wijzigen in [verzoeker] .
3.2.
Verzoeker stelt dat zijn vader hem zijn voornamen heeft gegeven. De ouders van verzoeker hebben de islamitische geloofsovertuiging. Tijdens de laatste jaren van het huwelijk van de ouders heeft de geloofsovertuiging van de vader extreme vormen aangenomen. Daarbij wilde de vader ook verzoeker ervan overtuigen dat hij op diezelfde manier zijn geloof diende uit te oefenen. Na de scheiding van de ouders is de vader naar Turkije vertrokken en was er nog slechts sporadisch contact tussen verzoeker en zijn vader. Sinds drie jaar is er helemaal geen contact meer.
Toen verzoeker zestien jaar was, heeft hij een hele moeilijke periode doorgemaakt. Hij ging in therapie en het advies van de psycholoog was om afstand te nemen van zijn vader. Dit hield ook in dat hij de naam van zijn vader niet meer zou dragen. Aangezien verzoeker toen minderjarig was en de moeder vond dat het niet aan haar was om zijn naam te veranderen is er destijds niets gewijzigd. Verzoeker is nu meerderjarige en op het moment gekomen dat hij zijn naam wil wijzigen. Om zijn achternaam te wijzigen zal verzoeker een procedure bij Dienst Justis starten.
Verzoeker heeft geen enkele connectie met de Islam en is overtuigd atheïst. Om meerdere redenen wil hij geen islamitische naam dragen. Ook de connectie van de naam met zijn vader is voor verzoeker een reden om zijn voornaam te willen wijzigen. Dit heeft voor verzoeker een grote emotionele betekenis waardoor hij een zwaarwegend belang heeft bij zijn verzoek. Verzoeker wil zijn huidige naam wijzigen naar [verzoeker] . Dat is de naam die hij ook al in het dagelijkse leven gebruikt.

4.De beoordeling

De voornaamswijziging
4.1.
Artikel 1:4, vierde lid, BW geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon de wijziging te gelasten van de voornaam van de betrokken persoon. Voor zo’n verzoek moet een zwaarwichtig belang bestaan. Bepalend bij de vraag of sprake is van een zwaarwichtig belang, is de mate van ongemak en/of overlast die de betrokkene in het dagelijks leven van de voornaam ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen. Daarnaast dient het verzoek te worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW Pro. Beoordeeld moet dan worden of de gewenste voornamen niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat uit het verzoekschrift voldoende blijkt dat verzoeker in het dagelijks leven hinder en ongemak ervaart van zijn voornaam ‘ [verzoeker] ’. Deze naam leidt tot negatieve herinneringen aan de vader van verzoeker en roept bovendien een sterke associatie op met het Islamitische geloof waar verzoeker zich van gedistantieerd heeft. Met de wijziging zijn voornaam wenst verzoeker niet meer met zijn vader en het islamitische geloof geassocieerd te worden. Verzoeker wil alleen nog de voornaam ‘ [verzoeker] ’ gebruiken.
Deze naam wordt door verzoeker ook al in het dagelijks leven gebruikt.
Gelet op het voorstaande is de rechtbank van oordeel dat het zwaarwichtig belang van verzoeker bij de verzochte voornaamswijziging vaststaat. Verzoeker had de gevraagde voornaam reeds en wil alleen de voornaam [verzoeker] niet meer gebruiken vanwege de associatie met zijn vader en het Islamitisch geloof. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen.
Afschrift naar de ambtenaar van de burgerlijke stand
4.3.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. In verband daarmee dient de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente] in wiens registers de geboorteakte van verzoeker voorkomt.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand de voornamen van [verzoeker] , geboren te [plaatsnaam] op [geboortedatum] 2006, te wijzigen in [verzoeker] , zodat de volledige naam komt te luiden
[verzoeker];
5.2.
bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente] , in verband met de toevoeging aan de geboorteakte van het kind van de latere vermelding betreffende de wijziging van de voornaam.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.Th.M. Raab, rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.A.J. Aquina, griffier op 3 december 2024.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.