ECLI:NL:RBLIM:2024:10261
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot schrapping derde voornaam en wijziging voornamen minderjarigen
De ouders hebben bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend om de voornamen van hun twee minderjarige kinderen te wijzigen door het schrappen van de derde voornaam. Dit verzoek vloeit voort uit de recente inwerkingtreding van de Wet dubbele achternaam per 1 januari 2024, waardoor zij met terugwerkende kracht de dubbele achternaam voor hun kinderen hebben kunnen vastleggen. De ouders achten het onwenselijk dat een van de kinderen feitelijk twee keer dezelfde geslachtsnaam draagt, wat kan leiden tot administratieve problemen en negatieve ervaringen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de kinderen zijn geboren in verschillende gemeenten en dat de dubbele achternaam inmiddels bij beide kinderen is geregistreerd, hoewel dit nog niet in alle geboorteakten is verwerkt. Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro heeft de rechtbank de bevoegdheid om op verzoek van de wettelijk vertegenwoordigers een voornaamswijziging toe te staan indien er een zwaarwichtig belang is.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek voldoende zwaarwegend belang bevat, mede gelet op het ongemak en de mogelijke nadelige gevolgen voor de kinderen. Het verzoek is niet in strijd met de wet en wordt daarom toegewezen. De griffier zal na drie maanden, indien geen hoger beroep is ingesteld, de wijziging verwerken in de geboorteakten van de kinderen.
Uitkomst: Verzoek tot schrapping van de derde voornaam van beide minderjarige kinderen wordt toegewezen.