ECLI:NL:RBLIM:2024:10261

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 december 2024
Publicatiedatum
12 februari 2025
Zaaknummer
C/03/336545 / FA RK 24-3331
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 1:20a BWArt. IIIB WIGG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot schrapping derde voornaam en wijziging voornamen minderjarigen

De ouders hebben bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend om de voornamen van hun twee minderjarige kinderen te wijzigen door het schrappen van de derde voornaam. Dit verzoek vloeit voort uit de recente inwerkingtreding van de Wet dubbele achternaam per 1 januari 2024, waardoor zij met terugwerkende kracht de dubbele achternaam voor hun kinderen hebben kunnen vastleggen. De ouders achten het onwenselijk dat een van de kinderen feitelijk twee keer dezelfde geslachtsnaam draagt, wat kan leiden tot administratieve problemen en negatieve ervaringen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de kinderen zijn geboren in verschillende gemeenten en dat de dubbele achternaam inmiddels bij beide kinderen is geregistreerd, hoewel dit nog niet in alle geboorteakten is verwerkt. Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro heeft de rechtbank de bevoegdheid om op verzoek van de wettelijk vertegenwoordigers een voornaamswijziging toe te staan indien er een zwaarwichtig belang is.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek voldoende zwaarwegend belang bevat, mede gelet op het ongemak en de mogelijke nadelige gevolgen voor de kinderen. Het verzoek is niet in strijd met de wet en wordt daarom toegewezen. De griffier zal na drie maanden, indien geen hoger beroep is ingesteld, de wijziging verwerken in de geboorteakten van de kinderen.

Uitkomst: Verzoek tot schrapping van de derde voornaam van beide minderjarige kinderen wordt toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Limburg

Familie en jeugd
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/336545 / FA RK 24-3331
Beschikking van 24 december 2024
op het verzoek van:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
en
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
beiden wonende te [woonplaats] ,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Dit blijkt uit het volgende:
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 15 november 2024.

2.Het verzoek

2.1
De ouders verzoeken te bepalen:
- dat de voornamen van [voornamen 1] te wijzigen in [voornamen 2] , zodat ze voortaan zal heten: [minderjarige 1] ;
- dat de voornamen van de minderjarige [voornamen 3] te wijzigen in [voornamen 4] , zodat ze voortaan zal heten: [minderjarige 2] .
2.2.
De ouders hebben het volgende aangevoerd. Bij de geboorte van de minderjarigen hebben de ouders de bedoeling gehad om de minderjarigen zowel de achternaam te geven van de moeder als die van de vader, maar omdat op dat moment de Wet dubbele achternaam nog niet in werking was getreden, hadden ze slechts de optie om de minderjarigen één achternaam te geven en in dit geval de achternaam van de moeder als derde voornaam. Inmiddels is de Wet dubbele achternaam per 1 januari 2024 een feit en hebben de ouders dientengevolge gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de minderjarigen met terugwerkende kracht alsnog de gewenste dubbele achternaam te geven.
Aangezien de ouders het onwenselijk achten dat de minderjarige [minderjarige 2] nu feitelijk twee keer de geslachtsnaam [geslachtsnaam 1] draagt – in dit geval via de naam [voornaam] – hebben de ouders de wens om de huidige derde voornaam bij de minderjarige te schrappen. Verzoekers achten de kans groot dat de minderjarige [minderjarige 2] op den duur enkel hinder zal ondervinden van de voornaam [voornaam] , immers leidt dit bij de minderjarige tot een extra administratieve handeling en daarnaast achten ze de kans groot dat de minderjarige negatieve ervaringen zal opdoen rond het gebruik van de derde voornaam in combinatie met de huidige achternaam, aangezien het niet gebruikelijk is dat een persoon twee keer een naam draagt. Dit laatste geldt te meer voor de minderjarige [minderjarige 1] , aangezien zij thans is geheten [minderjarige 1] en dat achten de ouders onwenselijk en bovendien onpraktisch. Ook vanuit esthetisch oogpunt achten de ouders dit niet wenselijk, los van het feit dat de minderjarigen anno 2024 alsnog de gewenste achternaam hebben kunnen krijgen.

3.De vaststellingen en overwegingen

3.1.
Uit de overgelegde uittreksels blijkt het volgende:
- uit het register van geboorten van de gemeente [geboorteplaats 1] blijkt, dat in die gemeente op [geboortedatum 1] 2022 is geboren: [minderjarige 2] ;
- uit het register van geboorten van de gemeente [geboorteplaats 2] blijkt dat in die gemeente op [geboortedatum 2] 2020 is geboren [minderjarige 1] .
3.2.
Aan geboorteakte van [minderjarige 1] is (nog) geen latere vermelding gehecht dat ook zij inmiddels een naast [geslachtsnaam 2] ook de achternaam [geslachtsnaam 1] heeft. De ouders hebben echter gesteld dat zij ook voor [minderjarige 1] bij de gemeente [geboorteplaats 1] verklaard hebben dat zij kiezen voor de dubbele geslachtsnaam. Op grond van artikel IIIB van de Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam (WIGG) mag een dergelijke verklaring ook bij iedere ambtenaar van de burgerlijke stand worden gedaan en is dit dus niet voorgehouden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand waar de geboorteakte van het kind (in dit geval van de gemeente [geboorteplaats 2] ) is opgemaakt. Uit het feit dat uit de akte van [minderjarige 2] (het jongere kind van de ouders) blijkt dat zij inmiddels de achternamen [geslachtsnaam 2] [geslachtsnaam 1] heeft, neemt de rechtbank aan dat dit ook voor [minderjarige 1] geldt. Een verklaring over de naamskeuze moet immers alle kinderen van de ouders betreffen (artikel IIIB lid 1 van de WIGG). De rechtbank stelt dat ook vast dat [minderjarige 1] (anders dan uit het register van de gemeente [geboorteplaats 2] blijkt) heet: [minderjarige 1] .
De voornaamswijziging
3.3.
Artikel 1:4, vierde lid, BW geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon of diens wettelijk vertegenwoordiger de wijziging te gelasten van de voornaam van de betrokken persoon. Voor zo’n verzoek moet een zwaarwichtig belang bestaan. Bepalend bij de vraag of sprake is van een zwaarwichtig belang, is de mate van ongemak en/of overlast die de betrokkene in het dagelijks leven van haar voornaam ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen. Daarnaast dient het verzoek te worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW Pro.
3.4.
De rechtbank is van oordeel dat uit het verzoekschrift voldoende blijkt dat de ouders en de kinderen een zwaarwegend belang hebben het schrappen van de derde voornaam van de kinderen.
3.5.
De ouders hebben aangevoerd dat ze het onwenselijk achten dat de kinderen nu door de geslachtsnaamswijziging feitelijk twee keer de geslachtsnaam [geslachtsnaam 1] dragen, aangezien [minderjarige 2] [voornaam] als derde voornaam heeft (refererend naar de naam [geslachtsnaam 1] ) en [minderjarige 1] als derde voornaam [geslachtsnaam 1] heeft en de kans groot is dat de kinderen op den duur hiervan hinder zullen ondervinden.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is van voldoende zwaarwichtig belang bij de voornaamswijziging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en zal het verzoek, nu het ook niet strijdig is met de wet, toewijzen.
3.6.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. In verband daarmee dient de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats 1] , in wiens register de geboorteakte van [minderjarige 2] voorkomt, en de gemeente [geboorteplaats 2] in wiens registers de geboorteakte van [minderjarige 1] voorkomt.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats 1] de voornaam
[voornaam] van de minderjarige [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2022 te schrappen, zodat de minderjarige voortaan zal heten: [minderjarige 2] ;
4.2.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats 2] de voornaam [geslachtsnaam 1] van de minderjarige [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2020 , te schrappen, zodat de minderjarige voortaan zal heten: [minderjarige 1] ;
4.3.
bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats 1] en de gemeente [geboorteplaats 2] , in verband met de toevoeging aan de geboorteakte van de kinderen van de latere vermelding betreffende de wijziging van de voornaam.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Vogels, rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van H.V.M. Smeets, griffier op 24 december 2024.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.