De rechtbank Limburg heeft op 29 februari 2024 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het medeplegen van het vervoeren van 1230 kilogram cocaïne en het bezit van een vuurwapen met munitie. De zaak werd behandeld op basis van een afdoeningsvoorstel tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, waarbij verdachte afstand deed van bepaalde verdedigingsrechten en geen hoger beroep zou instellen.
Tijdens de zitting op 15 februari 2024 werd het voorstel besproken en bevestigde de verdachte vrijwillig en bewust zijn instemming met de afspraken. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met een ander het grote drugstransport heeft uitgevoerd en dat hij een Walther pistool met munitie in bezit had. De strafbare feiten betroffen overtredingen van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vijf jaren op, met aftrek van voorarrest, conform het voorstel van het OM. De straf houdt rekening met de ernst van de feiten, de maatschappelijke schade van drugscriminaliteit en de persoon van verdachte. Door de afspraken kon de zaak efficiënt en voortvarend worden afgedaan, wat ook door de rechtbank werd gewaardeerd.
De tenuitvoerlegging van de straf zal volledig binnen de penitentiaire inrichting plaatsvinden, totdat verdachte in aanmerking komt voor een penitentiair programma of voorwaardelijke invrijheidstelling. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten en verklaarde hem strafbaar voor de bewezen verklaarde feiten.