ECLI:NL:RBLIM:2023:7466
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning Wet beheer rijkswaterstaatswerken
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een vergunning verleend op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken voor het demonteren en plaatsen van een zendmast en bijkomende werkzaamheden nabij de rijksweg A15.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek kennelijk ongegrond is omdat er geen onverwijlde spoed is. De vergunninghoudster heeft aangegeven dat de werkzaamheden pas na 1 oktober 2024 zullen starten, mits aanvullend onderzoek geen belemmeringen oplevert.
Daarnaast is het zeer waarschijnlijk dat vóór aanvang van de werkzaamheden een beslissing op het bezwaar zal worden genomen, waardoor verzoekster nog rechtsmiddelen kan aanwenden. Gezien deze omstandigheden is er geen spoedeisend belang bij het verzoek om voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af zonder zitting, conform artikel 8:83 lid 3 Awb Pro. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.