Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
partieelniet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de ‘mishandelingsfeitelijkheden’ die zijn opgenomen in het tenlastegelegde onder feit 2. De verdachte is namelijk op 26 april 2022 door de politierechter onherroepelijk veroordeeld (parketnummer 03.012006.22) voor diezelfde mishandelingsfeitelijkheden.
4.De beoordeling van het bewijs
A: Hij is weer voor mij komen staan en heeft een blikje cola, welke op tafel stond, over mij heen laten lopen en heeft met het blikje op mijn hoofd geslagen. Hij zei er toen bij "dat is wat je bij sletten doet". Toen kon ik weer terug in de hoek gaan staan, hij heeft toen alle lichten uit gedaan en hij is op de bank gaan slapen. Ik denk dat ik er een half uur heb gestaan en toen mocht ik op de bank gaan zitten van hem. Ik mocht nog steeds geen doekje pakken. Ik zat nog steeds onder het bloed en onder de cola.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
“het zal aan de drugs liggen die ik destijds gebruikte”kwam hij niet. Ook de door hem betuigde spijt maakte geen indruk op de rechtbank, nu de rechtbank sterk de indruk had dat de verdachte niet goed het kwalijke in zijn handelen kon herkennen en benoemen. Het voorgaande werkt in strafverzwarende zin mee bij het bepalen van de strafmaat.
“Wanneer betrokkene in de toekomst opnieuw een langdurige partnerrelatie aangaat zal moeten uitwijzen of het risico op recidive evenals het risico op geweld blijvend ingeschat kan worden als laag”.Daarom is een langere proeftijd nodig.
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende
- geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam slachtoffer] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
gelast de tenuitvoerleggingvan de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in het arrondissement Limburg van 26 april 2022, gewezen onder parketnummer 03.012006.22, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen.