Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
- dagvaarding € 130,48
- griffierecht € 365,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
VGZ Zorgverzekeraar N.V. vordert betaling van een achterstand op zorgpremies van €1.796,72, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van €325,30 van de verzekerde. De verzekerde erkent de vordering en geeft aan binnenkort weer te starten met bewindvoering.
De kantonrechter overweegt dat de verzekerde vermoedelijk consument is en dat de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ambtshalve moeten worden toegepast. Er is geen sprake van schending van deze bepalingen. De hoofdsom wordt niet betwist en de wettelijke rente en incassokosten zijn volgens het toepasselijke Besluit correct berekend en toegewezen.
De kantonrechter veroordeelt de verzekerde tot betaling van het totale bedrag van €2.185,15, verminderd met een deelbetaling van €4,46, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 4 oktober 2023. Daarnaast wordt de verzekerde veroordeeld in de proceskosten en nakosten, en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige premie, rente en incassokosten aan VGZ met veroordeling in kosten.