ECLI:NL:RBLIM:2023:7207

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
11 december 2023
Publicatiedatum
11 december 2023
Zaaknummer
03.334187.22
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling woningoverval met geweld in Maastricht

Op 11 december 2023 heeft de Rechtbank Limburg in Maastricht uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van een woningoverval op 17 november 2022. De verdachte, geboren in 2001, werd bijgestaan door mr. F.A. Dronkers. Tijdens de zitting op 27 november 2023 was de verdachte niet aanwezig, maar zijn raadsman en de officier van justitie waren wel aanwezig om hun standpunten te presenteren. De rechtbank behandelde ook vorderingen tot schadevergoeding van benadeelde partijen, die zich in het proces hadden gevoegd. De tenlastelegging omvatte diefstal met geweld en bedreiging, waarbij de verdachte en een medeverdachte sieraden, geld en telefoons hadden weggenomen uit de woning van de slachtoffers, terwijl zij met geweld en bedreiging werden geconfronteerd. De rechtbank concludeerde dat de verdachte een van de overvallers was, op basis van getuigenverklaringen, camerabeelden en DNA-bewijs. De rechtbank achtte de verdachte schuldig aan de tenlastegelegde feiten en legde een gevangenisstraf van vier jaar op, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht. Daarnaast werden schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelde partijen, die ook recht hadden op wettelijke rente. De rechtbank benadrukte de impact van de overval op de slachtoffers en de ernst van het gepleegde feit.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03/334187-22
Tegenspraak (gemachtigde raadsman)
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 december 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.A. Dronkers, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 november 2023. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[naam 1] , [naam 2] en [naam 3] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partijen is op de zitting gehoord [naam 5] , medewerkster van Slachtofferhulp Nederland. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [naam 4] met het parketnummer 03/331755-22.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging –na wijziging– is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, [naam 6] en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op
17 november 2022, al dan niet samen met een ander, uit de woning van [naam 3] en [naam 2] sieraden, geld, telefoons en paspoorten toebehorende aan [naam 3] , [naam 2] en [naam 1] heeft weggenomen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 2] en [naam 1] .

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring. Daartoe heeft hij – [naam 6] gezegd– aangevoerd dat uit de aangiftes van [naam 1] en [naam 2] blijkt dat twee mannen de voordeur van de woning hebben geforceerd en bij binnenkomst beide aangeefsters met een vloeistof in het gezicht hebben gespoten en met tie-wraps om hun polsen hebben vastgebonden. Vervolgens hebben zij aangeefsters bedreigd om meerdere goederen af te geven. Hierbij is geweld gebruikt. De bewijsmiddelen in onderling verband en in samenhang bezien leiden tot de conclusie dat de aangetroffen DNA-sporen dadersporen zijn. De officier van justitie acht dan ook bewezen dat de verdachte en medeverdachte [naam 4] de twee mannen zijn geweest die in de woning aanwezig waren en de diefstal met geweld hebben gepleegd.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit wegens het ontbreken van daderschap. Daartoe heeft hij – [naam 6] gezegd– aangevoerd dat de signalementen die door beide aangeefsters zijn verstrekt niet overeenkomen met het signalement van de verdachte, maar ook niet met de mogelijke daders op de camerabeelden die zich in het dossier bevinden. De historische verkeersgegevens van de telefoon van de verdachte kunnen niet tot het bewijs worden gebezigd, omdat de verdachte op de pleegdatum niet in het bezit was van de telefoon. De raadsman heeft ook aangevoerd dat het forensisch bewijs op zichzelf staat en niet, dan wel onvoldoende, wordt bevestigd door andere bewijsmiddelen met zelfstandige betekenis. Het enkel aantreffen van DNA-materiaal van de verdachte op een verplaatsbaar stuk tape kan niet buiten redelijke twijfel het bewijs vormen dat het daadwerkelijk de verdachte is geweest die het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De mogelijkheid bestaat dat de verdachte vóór de overval een rugzak heeft gebruikt waar de tape in zat en uitgeleend aan de echte daders. Deze alternatieve mogelijkheid wordt niet uitgesloten door de summiere bewijsmiddelen.
Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat uit het dossier drie mogelijke daders naar voren komen. Indien en voorzover de rechtbank zal oordelen dat de verdachte ten tijde van strafbare feit in de buurt is geweest van de plaats delict, kan hij niet als medepleger worden aangemerkt. De verdachte is niet op de hoogte geweest van een vooropgezet plan.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Anders dan de raadsman heeft bepleit, acht de rechtbank bewezen dat de verdachte een van de overvallers is geweest. De rechtbank zal eerst de bewijsmiddelen weergeven en vervolgens motiveren hoe en waarom de rechtbank tot die conclusie is gekomen.
Bewijsmiddelen
Ter bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis, heeft de rechtbank de bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in Bijlage II.
Bewijsoverwegingen
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat aangeefsters [naam 1] en [naam 2] op 17 november 2022 in de woning van voornoemde [naam 2] en haar man [naam 3] aan de [straat 1] in Maastricht met geweld en onder bedreiging met geweld zijn overvallen door twee personen. Hierbij is de deur van de woning geforceerd. . Vervolgens werd een vloeistof in hun ogen gespoten. Daarna werden hun polsen vastgebonden met tie-wraps die na de overval door getuige [naam 6] zijn losgeknipt. Beide aangeefsters verklaren ook dat zij met de dood werden bedreigd en dat beide overvallers met kracht tegen hun bovenlichaam duwden en sloegen. De daders schreeuwden dat zij geld en goud wilden hebben van [naam 3] . Uiteindelijk zijn meerdere telefoons, sieraden en een paspoort van [naam 2] buitgemaakt.
De rechtbank overweegt vervolgens dat het op zichzelf juist is dat het op de tape aangetroffen DNA-materiaal een spoor betreft op een verplaatsbaar objectHet gaat er echter in de eerste plaats om of het spoor dat is aangetroffen, kan worden aangemerkt als daderspoor. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Daarvoor is met name redengevend de plek waar de tape is aangetroffen. De tape is namelijk aangetroffen op de deurspion van de woningen van perceel [huisnummer 1] en [huisnummer 2] en op laatstgenoemde is het DNA van de verdachte aangetroffen. De tape is logischerwijs op de deurspionnen bevestigd om het zicht naar de centrale gang weg te nemen om op die manier de overval te bevorderen. Hierdoor is er een directe link tussen het DNA-spoor en het ten laste gelegde feit waardoor het niet anders kan dan dat het spoor een daderspoor betreft.
Naast het aangetroffen DNA-spoor, bevat het dossier nog andere bewijsmiddelen die wijzen op het daderschap van de verdachte. Zo blijkt uit de verklaring van getuige [naam 6] dat in de middag van 17 november 2022 omstreeks 14:15 uur twee manspersonen in de centrale hal van het appartementencomplex aanwezig waren die voldeden aan het signalement dat de aangeefsters hebben verstrekt van de overvallers. Omstreeks voornoemd tijdstip –en ook vlak voor en na de overval– zijn camerabeelden bekeken van de centrale hal van centraal station te Maastricht en de [winkel] Maastricht in de nabijheid van de plaats delict. De verdachte en medeverdachte zijn op de beelden (hal centraal station) herkend door verbalisant [naam 7] . De rechtbank is van oordeel dat de verdachte en medeverdachte ook de personen zijn die waargenomen zijn in de nabijheid van de plaats delict (camerabeelden [winkel] ). Uit de processen-verbaal van de verschillende videobeelden blijkt immers dat de verschillende kenmerkende aspecten van de kleding van verdachte en zijn medeverdachte op alle beelden te zien zijn. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat verdachte en zijn medeverdachte de personen zijn die zich die middag en die avond van het station naar de [straat 1] bewegen en die vlak voor de overval voor de [straat 1] [huisnummer 3] uit beeld verdwijnen en vlak na de overval voor de [straat 1] nummer [huisnummer 3] weer in het beeld verschijnen. Met betrekking tot het verweer van de raadsman dat de signalementen van de aangeefsters niet in overeenstemming zijn met het signalement van de daders op de beelden en derhalve onbetrouwbaar zijn, overweegt de rechtbank dat het niet vreemd is dat het signalement onvolledig dan wel niet precies genoeg is gelet op de druk, stress en de angst waaronder de aangeefsters verkeerden ten tijde van de overval. In grote lijnen komen de signalementen wel overeen. Gelet op de signalementen die de aangeefsters hebben verstrekt en op hetgeen is gerelateerd met betrekking tot de camerabeelden en daarnaast het aangetroffen DNA-spoor en de verklaring van de verdachte zelf, komt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte op 17 november 2022 omstreeks 22:00 uur in de woning is geweest. Dit wordt eveneens bevestigd door de mastgegevens van de telefoon van de verdachte. Deze telefoon straalt aan met een zendmast nabij de plaats delict gedurende het tijdsbestek dat de overval heeft plaatsgevonden. Het verweer van de raadsman dat de verdachte op de pleegdatum niet in het bezit was van de telefoon wordt weersproken door zijn herhaaldelijke aanwezigheid die dag in de buurt van de plaats delict en de daarmee corresponderende mastgegevens van zijn telefoon.
De rechtbank is van oordeel dat voornoemde omstandigheden in onderling verband en in samenhang bezien zodanig belastend en redengevend voor het bewijs van het ten laste gelegde zijn, dat van de verdachte kan worden gevergd dat hij hieromtrent een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring aflegt. Deze verklaring heeft de verdachte niet gegeven. Integendeel, hij stelt dat hij zichzelf en de medeverdachte wel kan herkennen op de beelden, en dat het wel kan zijn dat hij langs de [straat 1] is gelopen, maar dat hij niet meer weet waarom.
De rechtbank ziet overigens geen enkele reden om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefsters te twijfelen, nu deze gedetailleerd en consistent zijn en op hoofdlijnen met elkaar overeenkomen.
Dat maakt dat de rechtbank van oordeel is dat op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte een van de twee overvallers is geweest. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde.
Het verweer van de raadsman dat de verdachte niet kan worden aangemerkt als medepleger is hiermee verworpen. De rechtbank constateert uit de bewijsmiddelen dat twee personen de overval hebben gepleegd en de verdachte is, gelet op het voorgaande, daar een van. Het is blijkens de verklaringen van de aangeefster evident dat van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de overvallers sprake is geweest. Het medeplegen is daarmee ook bewezen.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
op 17 november 2022 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander, uit een woning gelegen aan de [straat 1] , sieraden en telefoons en een paspoort, die geheel of ten dele aan [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 1] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [naam 2] en [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door
- een (vloei)stof in het gelaat van voornoemde [naam 2] en [naam 1] te spuiten en
- de handen van voornoemde [naam 2] en [naam 1] vast te binden met tie-wraps en
- meermalen te roepen dat ze, de verdachten, geld en goud wilden en dat ze, de verdachten, geld van voornoemde [naam 3] wilden en
- meermalen, althans eenmaal, voornoemde [naam 2] en [naam 1] (met kracht) te duwen tegen het (boven)lichaam en
- meermalen voornoemde [naam 2] en [naam 1] te slaan tegen het (boven)lichaam en
- meermalen voornoemde [naam 2] en [naam 1] met de dood te bedreigen.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf en/of de maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.
6.2
Het standpunt van de verdediging
Voor wat betreft de strafmodaliteit en strafmaat heeft de raadsman bepleit om bij een veroordeling van de verdachte, te volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf. De verdachte is namelijk niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Onder verwijzing naar het rapport van de reclassering heeft de raadsman aangevoerd om aan het voorwaardelijke deel bijzondere voorwaarden te koppelen met een forensisch kader.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich, samen met een mededader, schuldig gemaakt aan een woningoverval. Ze zijn de woning van [naam 2] en [naam 3] binnengedrongen terwijl [naam 2] , die op dat moment 7 maanden zwanger was, aldaar met haar vriendin [naam 1] aanwezig was. Bij beide slachtoffers is een nare stof in het gezicht gespoten en zijn hun handen met tie-wraps vastgebonden. Vervolgens zijn zij bedreigd waarbij geweld is gebruikt. Uit de slachtofferverklaringen ter terechtzitting blijkt dat het feit grote impact op hen heeft gehad.
Met het plegen van het bewezenverklaarde feit heeft de verdachte blijk gegeven geen respect te hebben voor de persoonlijke integriteit van de slachtoffers, hun veiligheid, gezondheid en eigendom. Een woning is bij uitstek een plek waar iedereen zich veilig hoort te voelen en het is voor de slachtoffers enorm beangstigend geweest dat zij op die plek worden overvallen. Veelal hebben slachtoffers van dit soort feiten te maken met nadelige psychische gevolgen die nog lange tijd hun leven beïnvloeden. Bovendien veroorzaken zulke feiten ook in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.
De rechtbank is van oordeel dat niet met een andere straf kan worden volstaan dan een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (de LOVS-oriëntatiepunten) en het soort straffen dat doorgaans wordt opgelegd voor dit soort feiten. Het oriëntatiepunt voor een woningoverval is een gevangenisstraf voor de duur van 3 tot 5 jaar, afhankelijk van de mate van geweld dat is gebruikt. Strafverzwarend voor de verdachte is niet alleen dat er sprake is van medeplegen, maar ook het feit dat een van de slachtoffers 7 maanden zwanger was, beide slachtoffers met een stof in het gezicht zijn bespoten en met tie-wraps zijn vastgebonden, hetgeen betekent dat er meer dan alleen licht geweld is gebruikt. Dat deze overval zeer beangstigend voor de slachtoffers is geweest spreekt voor zich.
De rechtbank houdt in strafverzwarende zin ook rekening met de proceshouding van de verdachte. Hij is niet ter zitting verschenen en uit niets blijkt dat hij verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen. Verdachte heeft op geen enkel moment berouw getoond en heeft geen blijk gegeven inzicht te hebben in de ernst en de verwijtbaarheid van zijn handelen.
In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met het strafblad van de verdachte. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Alles overwegend zal aan de verdachte een gevangenisstraf worden opgelegd voor de duur van 4 jaren met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De duur van de gevangenisstraf is hoger dan door de officier van justitie geëist, omdat de rechtbank het gegeven dat sprake is van een
first offenderin mindere mate dan de officier strafmatigend laat meewegen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

7.1
De vordering van de benadeelde partij [naam 1]
De benadeelde partij [naam 1] vordert een bedrag van € 2.220,79 aan materiële schadevergoeding en een bedrag van € 2.000,00 aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het gevorderde bedrag aan materiële schadevergoeding bestaat uit de volgende schadeposten:
  • € 1.055,00 voor een Apple iPhone 13;
  • € 972,90 voor een gouden ketting;
  • € 192,89 voor een horloge van het merk Guess.
Het gevorderde bedrag aan immateriële schade bestaat uit een vergoeding voor de psychische klachten die de benadeelde heeft overgehouden aan het strafbare feit.
7.1.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde aan immateriële schade geheel kan worden toegewezen. Het gevorderde aan materiële schade moet worden gematigd, aangezien het gevorderde bedrag voor de ketting onvoldoende is onderbouwd en derhalve niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het gevorderde bedrag voor de iPhone 13 en het horloge is toewijsbaar.
7.1.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde niet-ontvankelijk moet worden verklaard in verband met de door hem bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, de vordering geheel moet worden afgewezen. Immers ontbreekt het aan betaalbewijzen en een bewijs van eigendom waarmee de schadeposten van materiële schade kunnen worden onderbouwd. De factuur van de iPhone 13 staat op naam van de man van de benadeelde. Het gevorderde aan immateriële schadevergoeding moet ook afgewezen worden. Het ontbreekt aan een verklaring van een arts of een deskundige over wat de psychische gevolgen zijn voor de benadeelde door het strafbare feit.
7.1.3
Het oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De gevorderde schade voor de iPhone 13 (€ 1.055,00) en het horloge (€ 192,89) zijn voldoende onderbouwd, zodat de rechtbank dit deel van de vordering toewijst. Dat de factuur van de iPhone 13 op naam van de partner van de benadeelde staat, doet daar niet aan af. Het gevorderde bedrag voor de ketting is onvoldoende onderbouwd. De vordering bevat alleen een foto van een ketting en een e-mail van de benadeelde met informatie van een juwelier die zijn gegevens niet wenst te verstrekken. Tevens betreft het gewicht van de ketting dat in de e-mail staat een schatting en is onvoldoende duidelijk waarop de waarde is gebaseerd. De rechtbank zal de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren voor dit deel van de vordering. Immers levert het ten gronde behandelen van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding op.
Immateriële schade
Op grond van artikel 6:106, eerste lid, sub b van het Burgerlijk Wetboek heeft degene die in zijn of haar persoon is aangetast recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. In beginsel moet degene die zich hierop beroept de aantasting in de persoon met concrete gegevens onderbouwen. In bepaalde gevallen kunnen de aard en de ernst van de normschending echter meebrengen dat relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen. Naar het oordeel van de rechtbank is dat in dit geval aan de orde. Uit het verhandelde ter zitting en de onderbouwing bij het voegingsformulier is voldoende gebleken dat de benadeelde als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Er is immers sprake van een zodanig ernstige normschending dat het voor de hand ligt dat de benadeelde gevreesd heeft voor haar leven en dat het handelen van verdachte een zodanige impact op haar heeft gehad dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank acht ter zake van het bewezenverklaarde feit toewijzing van het gevorderde bedrag van € 2.000,00 billijk.
7.2
De vordering van de benadeelde partij [naam 2]
De benadeelde partij [naam 2] vordert een bedrag van € 1.350,90 aan materiële schadevergoeding en een bedrag van € 3.000,00 aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het gevorderde bedrag aan materiële schadevergoeding bestaat uit de volgende schadeposten:
  • € 240,90 voor de bijdrage van het eigen risico wegens het vervoer per ambulance naar het ziekenhuis;
  • € 310,00 voor de vervanging van een Syrisch paspoort;
  • € 800,00 voor een ketting.
Het gevorderde bedrag aan immateriële schade bestaat uit een vergoeding voor de psychische klachten die de benadeelde heeft overgehouden aan het strafbare feit.
7.2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen.
7.2.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde niet-ontvankelijk moet worden verklaard in verband met de door hem bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, de vordering geheel moet worden afgewezen. De schadeposten met betrekking tot het gevorderde aan materiële schade zijn onvoldoende onderbouwd en niet kan worden vastgesteld of de vordering ziet op de goederen die zijn weggenomen uit de woning. Daarnaast ontbreekt het aan aankoop- en/of eigendomsbewijzen. Met betrekking tot het gevorderde voor een paspoort is door de benadeelde onvoldoende onderbouwd waarom een noodpaspoort zou moten worden aangevraagd. Met betrekking tot het gevorderde aan immateriële schade heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat dit moet worden afgewezen. Het ontbreekt aan een verklaring van een arts of een deskundige over wat de psychische gevolgen zijn voor de benadeelde door het strafbare feit.
7.2.3
Het oordeel van de rechtbank
Materiële schade
Het gevorderde eigen risico (€ 240,90) is toewijsbaar. De benadeelde is slachtoffer geworden van een diefstal waarbij geweld is gebruikt terwijl zij 7 maanden zwanger was. De benadeelde partij heeft ter terechtzitting voldoende aangetoond dat het vervoer per ambulance om voornoemde reden noodzakelijk was. Het gevorderde ten aanzien van paspoort (€ 310,00) is op de terechtzitting voldoende onderbouwd en derhalve toewijsbaar. Het gevorderde bedrag van de ketting is eveneens toewijsbaar, maar dient te worden gematigd in verband met afschrijving. Dat het gaat om een gouden ketting doet daaraan niet af, nu de waarde van de ketting niet alleen wordt bepaald door het in die ketting verwerkte goud, maar ook door andere factoren, zodat ook een 24-karaats gouden ketting onderhevig is aan waardedaling na gebruik. Blijkens de onderbouwing van het voegingsformulier is de ketting meer dan twee jaar geleden aangeschaft. De rechtbank is van oordeel dat een afschrijving van 15% moet worden toegepast. De benadeelde komt in aanmerking voor een vergoeding van € 680,00 voor de ketting.
Immateriële schade
De rechtbank heeft bij de behandeling van de vordering van [naam 1] onder 7.1.3 overwogen op welke wijze men in aanmerking kan komen voor een vergoeding van de immateriële schade. Onder verwijzing naar die overweging, is de rechtbank van oordeel dat ook de benadeelde [naam 2] in aanmerking komt voor vergoeding van de immateriële schade. Uit het verhandelde ter zitting en de onderbouwing bij het voegingsformulier is voldoende gebleken dat de benadeelde als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Er is immers sprake van een zodanig ernstige normschending dat het voor de hand ligt dat de benadeelde gevreesd heeft voor haar leven terwijl zij 7 maanden zwanger was en in haar eigen woning werd overvallen. Het handelen van verdachte heeft een zodanige impact op haar gehad dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank acht ter zake van het onderhavige feit toewijzing van het gevorderde bedrag van € 3.000,00 billijk.
7.3
De vordering van de benadeelde partij [naam 3]
De benadeelde partij [naam 3] vordert een bedrag van € 1.205,06 aan materiële schadevergoeding en een bedrag van € 300,00 aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het gevorderde bedrag aan materiële schadevergoeding bestaat uit de volgende schadeposten:
  • € 77,85 voor de vervanging van een paspoort;
  • € 230,34 voor een ring;
  • € 165,00 voor een Playstation 4;
  • € 714,22 voor een Apple iPhone 12 pro;
  • € 17,65 aan reiskosten voor het vervoer naar Slachtofferhulp Nederland.
Het gevorderde bedrag aan immateriële schade bestaat uit een vergoeding voor de psychische gevolgen die de benadeelde heeft overgehouden aan het strafbare feit.
7.3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen, met uitzondering van het gevorderde bedrag aan reiskosten. De reiskosten voor het vervoer naar Slachtofferhulp Nederland is geen schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. De benadeelde komt daarom niet in aanmerking voor een vergoeding.
7.3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde niet-ontvankelijk moet worden verklaard in verband met de door hem bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman betoogd om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van een onderbouwing voor de gevorderde schade. Meer subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden gematigd. Het gevorderde bedrag voor de Playstation 4 moet namelijk worden afgewezen, omdat er geen enkel rechtstreeks verband bestaat tussen de Playstation 4 en het ten laste gelegde feit. Deze staat immers ook niet op de tenlastelegging. Het gevorderde bedrag voor het paspoort moet eveneens worden afgewezen. De benadeelde verblijft in Nederland middels een verblijfsvergunning en kan om die reden niet in het bezit zijn van een Nederlands paspoort.
7.3.3
Het oordeel van de rechtbank
Materiële schade
Het gevorderde voor de ring (€ 230,84) en de iPhone 12 (€ 714,22) is toewijsbaar. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd. Het gevorderde bedrag voor de Playstation 4 wordt afgewezen wegens het ontbreken van een onvoldoende duidelijk rechtstreeks verband met het strafbare feit. Uit de onderbouwing van het voegingsformulier met betrekking tot de iPhone 12, blijkt dat de benadeelde zich bij de aanschaf daarvan heeft gelegitimeerd met een verblijfsvergunning. Onvoldoende is onderbouwd dat de benadeelde in het bezit was van een Nederlands paspoort. De rechtbank is van oordeel dat het ten gronde behandelen van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het gevorderde aan reiskosten wordt eveneens niet-ontvankelijk verklaard nu dit geen schade betreft die een rechtstreeks verband met het strafbare feit heeft.
Immateriële schade
Onder verwijzing naar de overweging met betrekking tot de immateriële schade onder 7.1.3, oordeelt de rechtbank dat de benadeelde niet in aanmerking komt voor immateriële schade en dat deze schadepost moet worden afgewezen. De rechtbank concludeert dat de benadeelde onvoldoende heeft onderbouwd dat de handelingen van verdachte hebben geleid tot psychische schade. Evenmin is de benadeelde naar het oordeel van de rechtbank op andere wijze in de persoon aangetast. De benadeelde was, anders dan de benadeelden [naam 1] en [naam 2] , niet aanwezig in de woning ten tijde van de overval en is niet in direct contact geweest met de daders. Dat de benadeelde nadelige gevolgen heeft ervaren aan het bewezenverklaarde feit is invoelbaar, maar dit is in dit geval onvoldoende om in aanmerking te komen voor een immateriële schadevergoeding.
De wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel
De toegewezen bedragen aan materiële en immateriële schadevergoeding van alle benadeelde partijen dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag waarop het feit is gepleegd, zijnde 17 november 2022, tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal eveneens de schadevergoedingsmaatregel opleggen voor de schadebedragen, zodat de inning van het verschuldigde bedrag de benadeelde partijen uit handen wordt genomen door de Staat. Ook deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente.
De verdachte is naar burgerlijk recht met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren;
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Benadeelde partij [naam 1] en de schadevergoedingsmaatregel
  • wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte mitsdien hoofdelijk om aan de benadeelde partij [naam 1] te betalen een bedrag van
  • verklaart de benadeelde partij [naam 1] voor het meergevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
  • legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam 1] van een bedrag van € 3.247,89, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 17 november 2022 tot aan de dag van de volledige voldoening;
  • bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 42 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
  • bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader [naam 4] is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;
Benadeelde partij [naam 2] en de schadevergoedingsmaatregel
  • wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 2] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte mitsdien hoofdelijk om aan de benadeelde partij [naam 2] te betalen een bedrag van
  • verklaart de benadeelde partij [naam 2] voor het meergevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
  • legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam 2] van een bedrag van € 4.230,90, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 17 november 2022 tot aan de dag van de volledige voldoening;
  • bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 52 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
  • bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader [naam 4] is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;
Benadeelde partij [naam 3] en de schadevergoedingsmaatregel
  • wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 3] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte mitsdien hoofdelijk om aan de benadeelde partij [naam 3] te betalen een bedrag van
  • wijst het gevorderde aan immateriële schadevergoeding af;
  • wijst het gevorderde van € 165,- voor de Playstation 4 af;
  • verklaart de benadeelde partij [naam 3] voor het meergevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
  • legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam 3] van een bedrag van € 944,56, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 17 november 2022 tot aan de dag van de volledige voldoening;
  • bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 18 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
  • bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
  • bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader [naam 4] is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Loof, voorzitter, mr. D. Osmić en mr. L.P. Bosma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.P. Huntjens, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 december 2023.
Buiten staat
Mr. Bosma en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 17 november 2022 in de gemeente Maastricht,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een woning gelegen aan de [straat 1] ,
een of meerdere siera(a)d(en) en/of 1100 euro, althans een geldbedrag en/of een of meerdere telefoon(s) en/of een of meerdere paspoort(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of dat/die goed(eren) onder zijn/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [naam 2] en/of [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- meermalen, althans eenmaal, een (vloei)stof in het gelaat van voornoemde [naam 2] en/of [naam 1] te spuiten en/of
- de handen van voornoemde [naam 2] en/of [naam 1] vast te binden met tie-wraps en/of
- meermalen, althans eenmaal, te roepen dat hij/ze, de verdachte(n), geld en/of goud wilde(n) en/of dat hij/ze, de verdachte(n), geld van voornoemde [naam 3] wilde(n) en/of
- meermalen, althans eenmaal voornoemde [naam 2] en/of [naam 1] (met kracht) te duwen tegen het (boven)lichaam en/of
- meermalen, althans eenmaal voornoemde [naam 2] en/of [naam 1] te slaan op/tegen het (boven)lichaam en/of
- meermalen, althans eenmaal, voornoemde [naam 2] en/of [naam 1] met de dood te bedreigen;
BIJLAGE II: De bewijsmiddelen [1]
Verbalisanten [naam 8] en [naam 9]verbaliseren treffen op 17 november 2022 om 22:56 uur
[naam 3]op het politiebureau. Zij relateren, voor zover hier van belang, het volgende: [2]
Ter plaatse aangekomen spraken wij met [naam 3] . Wij hoorde hem de navolgende zaken verklaren: Vandaag 17 november 2022 had hij omstreeks 19:00 uur zijn woning aan de [straat 1] verlaten. Hij had zijn vrouw [naam 2] in de woning achtergelaten met een vriendin. Omstreeks 22:45 uur werd hij gebeld door zijn buurvrouw die haar telefoon aan zijn vrouw gaf. Ze vertelde dat ze overvallen waren door twee manspersonen.
Verbalisanten [naam 10] en [naam 11]relateren, voor zover hier van belang, het volgende: [3]
Op 17 november 2022 omstreeks 22:55 uur kregen wij opdracht om te rijden naar de [straat 1] in verband met een overval. Wij hoorden dat het slachtoffer bij de onderbuurvrouw had vermeld dat haar handen met een tie-wrap aan elkaar waren verbonden. Wij werden aangeroepen door een vrouw op de derde verdieping. Later bleek dit [naam 6] te zijn. Zij zou de centrale toegangsdeur open maken. Ik, [naam 11] , drukte tegen de centrale toegangsdeur. Toen wij de hal inliepen hoorde wij pas het zoemend geluid van een op afstand bedienbaar slot. Vervolgens zagen wij dat er een propje papier tussen het neusje van het slot zelf was ingeduwd. Hierdoor kon de toegangsdeur geopend worden zonder sleutel of een bediening op afstand.
Vervolgens liepen wij door naar de tweede etage, waar de woning [huisnummer 4] gelegen is. Wij
zagen dat het slachtoffer van de woningoverval, genaamd [naam 2] , op de bank in de woning van [naam 6] zat. Wij hoorden dat [naam 2] zei dat ze overvallen was in haar eigen woning. De voordeur van haar woning werd plots met een klap opengemaakt en direct hierna kwamen twee donker geklede mannen haar woning binnen. Zij werd in haar gezicht gespoten met een spuitbus en kreeg ademhalingsproblemen. Vervolgens werden haar handen aan elkaar vastgebonden met een tie-wrap. [naam 2] gaf de volgende signalementen door:
Signalement man 1:
- licht getinte man, circa 1,90 meter groot, sprak Arabisch-Marokkaans, tenger
postuur;
- droeg een zwart mond-neusmasker met een witte opdruk van een ondergebit van een
skelet/ tanden;
- droeg een zwarte jas of hoodie met capuchon;
- droeg een zwarte broek

Signalement man 2:

- licht getinte man, sprak Nederlands, normaal postuur, stuk kleiner dan man 1;
- droeg een zwart mond-neusmasker met een witte opdruk van een ondergebit van een
skelet/ tanden;
- geheel in het zwart gekleed.
Vervolgens hoorde wij [naam 6] zeggen dat zij vandaag omstreeks 14:15 uur twee mannen in de centrale toegangshal had zien staan. [naam 6] had deze mannen nooit eerder gezien en deze hoorde niet thuis in het appartementencomplex. [naam 6] vertelde dat deze mannen volledig overeen kwamen met het signalement dat [naam 2] ons zojuist had doorgegeven. Wij hoorden [naam 6] zeggen dat deze twee mannen heel aandachtig naar de brievenbussen aan het kijken waren.
Vervolgens liep ik, [naam 10] , naar de derde etage waar woning [huisnummer 5] gelegen is. Ik zag dat de voordeur was voorzien van een deurspion die afgeplakt was met een stuk zwarte tape. Ik zag dat de voordeur van de overburen, woning [huisnummer 1] , ook een deurspion in de voordeur had die was afgeplakt met zwarte tape. Vervolgens zag ik dat de
sluitkom van het slot van de voordeur van woning [huisnummer 5] deels opengescheurd was. Vanuit de deuropening kon ik zien dat er in de woonkamer van [huisnummer 5] heel veel kleding en goederen op de grond lagen.
[naam 2]is op 17 november 2022 naar het ziekenhuis gebracht om een onderzoek in te stellen. Verbalisanten [naam 12] en [naam 13] spreken [naam 2] in het ziekenhuis en relateren, voor zover hier van belang, het volgende: [4]
De bewoonster [naam 2] is 7 maanden zwanger en was inmiddels in het ziekenhuis te
Maastricht voor onderzoeken. Wij, [naam 13] en [naam 12] , zijn naar het ziekenhuis gegaan om een onderzoek in te stellen. Om 01.15 uur mochten wij bij [naam 2] om haar verklaring op te nemen. Zij verklaarde als volgt:
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord aangever
O: Opmerking verbalisant
A: Ik was in de woning met mijn vriendin [naam 1] . Op een gegeven moment zag en hoorde ik dat de voordeur openging. Ik zag dat er twee mannen de woning binnenkwamen. Ze waren beiden lang en geheel in het zwart gekleed.
De mannen waren ongeveer even groot. Zwarte muts, zwarte jas, mondkapje op en alleen de ogen waren vrij en zichtbaar. Beide mannen droegen ook handschoenen.
(…)
O: [naam 2] gaf aan dat het zeker een Nederlandse man betrof en een Arabische man.
(…)
A: De mannen vroegen om geld en goud. Ik moest al mijn geld en goud aan de Nederlandse man geven. Ik mocht zeker de politie niet bellen want dan zou hij mij doden. Uiteindelijk hebben de mannen onze kettingen van onze nek afgetrokken en meegenomen evenals een gouden ring die [naam 14] (
de rechtbank begrijpt:[naam 1] ) om had. Ze hebben mijn hele huis doorzocht. De gouden ring van mijn man die in onze slaapkamer lag hebben ze ook meegenomen. De mannen deden alles in een witte plastic zak die in mijn slaapkamer lag. (…) De mannen hadden onze handen vastgebonden met tie-wraps. Ik heb striemen op mijn polsen. (…) Ze hebben gouden sieraden en telefoons weggenomen en
- 2 gouden kettingen
- 1 gouden ring van [naam 14]
- 1 gouden ring van mijn man
- 1 oudere iphone van mijn man
- 1 iphone 13 van [naam 14]
- Huawei telefoon van mij, [naam 2]
- 1 iphone 12 van mij, [naam 2] .
(…)
V: Wat hebben jullie vervolgens gedaan?
A: Ik en [naam 14] zijn naar de onderbuurvrouw gegaan en deze heeft de tie-wraps
losgeknipt. Ik heb toen met de telefoon van mijn buurvrouw met mijn man gebeld en hem gezegd dat hij naar het politiebureau moest gaan. De onderbuurvrouw heeft toen tevens de politie gebeld. De onderbuurvrouw zei dat ze eerder op de dag vreemde mannen had gezien nabij het appartementencomplex.
(…)
V: Is er verder nog fysiek contact geweest met de mannen?
A: Beide mannen duwden ons steeds met kracht tegen het bovenlichaam om ons in een richting te duwen. Ze sloegen ons ook, alles gericht op het bovenlichaam.
O: Ik, [naam 12] , vroeg aan de vrouw waar ze werd geslagen en geduwd. De vrouw gaf duidelijk aan, middels haar handen, dat dit op haar bovenlichaam betrof. Ik,
[naam 12] , vroeg [naam 2] of ze alleen geraakt was op haar bovenlichaam hetgeen zij
beantwoorde met ja, alleen het bovenlichaam.
V: Is er nog iets gebeurd in de woning?
A: Ik wi1 nog zeggen dat de mannen bij binnenkomst gelijk iets in mijn gezicht
spoten. Ik kon niet zien wat het was of waarmee werd gespoten. Het smaakte heel erg vies en ik probeerde Vooral niet te inhaleren. Het prikte niet in mijn ogen. Ik werd niet duizelig of ziek van het spul. Ik was wel heel erg bang.
Op 19 november 2022 verklaarde [naam 2] aanvullend dat de daders ook haar paspoort hadden meegenomen. [5]
[naam 1]verklaart in haar aangifte –zakelijk weergegeven– het volgende: [6]
Op 17 november 2022 was ik op bezoek bij mijn vriendin die woonachtig is op [straat 2] in Maastricht. Om 22:06 uur hoorde ik een luide knal op de voordeur. Ik zag dat er twee mannen de woonkamer in liepen. Ik kreeg meteen een mij onbekende stof in mijn gezicht gespoten. Ik kreeg een zwarte tie-wrap om beide handen geplaats.
Ik omschrijf de personen als volgt:
Persoon 1:
- man
- ongeveer 170 centimeter lang
- getint, Noord-Afrikaanse huidskleur
- zeer rood doorlopen ogen
- zwart normaal haar
- zwarte gewatteerde jas met een capuchon tot op de heupen
- zwarte sport/joggingsbroek met op het linkerbovenbeen een rood cirkelvorming
embleem
- zwarte sportschoenen
- hij droeg oranje met blauwe handschoenen
- hij droeg een zwarte buff voor zijn mond met een skelet/tanden afdruk.
Persoon 2:
- man
- ongeveer 180 centimeter lang
- getint, Noord-Afrikaans huidskleur
- zwarte kleding
- witte handschoenen
- zwarte buff voor zijn mond met een skelet/tanden afdruk.
Ik hoorde dat persoon 2 riep dat hij geld en goud wilde zien. Ik hoorde dat hij met persoon 1 Nederlands sprak en een enkele keer Arabisch. Ik hoorde dat beide mannen mij meermaals met de dood bedreigden. Ik zag dat de mannen geld en goud meenamen. Van mij namen ze mijn telefoon, mijn horloge en een gouden ketting mee. Om 22.30 uur gingen beide personen weer naar buiten. Ik hoorde dat ze zeiden dat ze mij goed gezien hadden en wisten wie ik was. Als ik de politie zou bellen dat zouden ze mij vinden en werd mijn hele familie vermoord.
Getuige [naam 6]verklaarde –zakelijk weergegeven– het volgende: [7]
Op 17 november 2022 omstreeks 14.15 uur liep ik vanuit mijn woning,
[straat 3] , naar de centrale toegangsdeur van het appartementencomplex.
Ik zag dat er twee personen in de centrale hal stonden. Ik herkende deze personen
niet en had deze ook nog nooit eerder gezien. Ik kreeg er gelijk een raar gevoel bij.
Ik kan deze personen als volgt omschrijven:
Persoon 1:
- Muts op zijn hoofd
- Donker gekruld haar
- Grote donkere ogen
- Tussen de 185 en 190 centimeter groot
- Getinte huidskleur
- Sweatshirt met capuchon, grijs of donkerblauw
- Trainingsbroek
- Gympen
Persoon 2:
- Muts op zijn hoofd
- Grote donkere ogen
- Tussen de 170 en 175 centimeter groot
- Sweatshirt met capuchon, grijs of donkerblauw
- Lichter getint dan persoon 1
- Trainingsbroek
- Gympen
Omstreeks 22:00 uur hoorde ik een schreeuw en een gil. Ik hoorde ook, ik denk, mannelijke stemmen. Om 22:30 uur hoorde ik mijn deurbel gaan en er stonden twee meiden. Een daarvan herkende ik als [naam 15] (
de rechtbank begrijpt:[naam 2] ). Beide meiden waren bang en trilde. Ik zag dat beide meiden zwarte tie-wraps om hun polsen hadden. De vriendin van [naam 15] sprak over twee jongens. Hierop dacht ik gelijk aan de twee jongens die ik eerder vanmiddag had gezien. Ik vroeg of het een kleine en een lange waren. Ik zag haar bevestigend knikken. Ik heb vervolgens de man van [naam 15] gebeld en de telefoon aan haar gegeven. Gedurende de tijd van 22.39 uur tot en met 22.51 uur hebben wij voortdurend contact gehad met Wesam ( [naam 15] man) (
de rechtbank begrijpt:[naam 3] ). Deze was al naar het politiebureau gegaan.
Verbalisant [naam 7] heeft
camerabeeldenbekeken
van de [winkel] Maastricht, gelegen aan de [straat 4] . Hij relateert, voor zover hier van belang, het volgende: [8]
In dit proces-verbaal wordt op enig moment gesproken over NN personen. Zij worden verder aangeduid met NN 1 en NN 2.
NN1 is eveneens de persoon waarover in dit proces-verbaal wordt gesproken als de persoon die op zijn jas mogelijk een horizontale witte streep/opdruk heeft lopen. NN 2 is de persoon die op de zijkant van zijn broek mogelijk een verticale witte streep/opdruk heeft..
14:22:21 uur:Op de camerabeelden is te zien dat er 2 NN personen (verder aangeduid als NN 1 en NN 2) mogelijk uit een pand komen gelopen, ter hoogte van de [straat 1] . Vervolgens lopen beide NN personen over de [straat 5] in de richting van de [straat 6] te Maastricht. Een van deze NN personen, NN 1, heeft mogelijk een jas aan met een horizontale witte streep/opdruk aan de voorzijde.
(…)
22:00:53
Op de camerabeelden is te zien dat er een NN persoon in beeld komt gelopen (zijde
spoorwegovergang [straat 6] ). Deze NN persoon steekt de [straat 5] over en loopt in de richting van het aldaar gelegen zebrapad. ter hoogte van [straat 4] . Deze NN persoon heeft mogelijk een horizontale witte balk/streep aan de voorzijde van zijn jas, gelijkende op eerder genoemde NN 1.
22:01:14
Op de camerabeelden is te zien dat NN persoon (NN 1) het zebrapad oversteekt in de richting van de [winkel] Maastricht. Op de beelden is duidelijk te zien dat de jas is voorzien van een horizontale witte streep/opdruk. Tevens is te zien dat NN 1 op enig moment doende is met iets wat hij mogelijk in zijn linker broekzak en/of jas heeft zitten.
(…)
22:02:07
Op de camerabeelden is te zien dat beide NN personen op het zebrapad elkaar ontmoeten en hier met elkaar contact hebben. De NN persoon welke NN 1 tegemoet kwam gelopen heeft op de camerabeelden duidelijk een verticale witte streep/opdruk aan de zijkant van zijn broek, gelijkende eerder genoemde NN 2.
22:02:14
Op de camerabeelden is te zien dat beide NN personen (NN 1 en NN 2) met zijn 2e over het zebrapad richting de [straat 5] lopen.
22:02:29
Op de camerabeelden is te zien dat beide NN personen (NN 1 en NN 2) over de [straat 5] lopen, aan de zijde [straat 1] . Hier verdwijnen beide NN personen op enig moment uit beeld.
22:34:30
Op de camerabeelden is te zien dat er 2 NN personen, ter hoogte van [straat 1] , de straat oversteken ( [straat 5] ). Beide NN personen lopen richting het aldaar gelegen milieuperron. Op de beelden lijkt het erop dat 1 van deze NN personen iets lichtkleurigs (wits) in de hand heeft. Vervolgens lopen beide NN personen over het trottoir in de richting van de [straatnamen] te Maastricht. Hier verdwijnen beide NN personen op een gegeven moment uit beeld.
Verbalisanten [naam 16] en [naam 7] hebben
camerabeeldenbekeken
van het NS Station te Maastrichtvan 17 november 2022. Zij relateren over de camerabeelden in de periode van 13:45 uur tot en met 15:15 uur, voor zover hier van belang, het volgende: [9]
In dit proces-verbaal wordt op enig moment gesproken over NN personen. Dit betreffen 2 NN personen. Zij worden verder aangeduid met NN 1 en NN 2. NN 1 is eveneens de persoon waar in dit proces-verbaal wordt over gesproken als de persoon die op zijn jas een horizontale witte streep/opdruk heeft lopen. Tevens draagt NN 1 op zijn rug een zwarte rugzak met een wit Adidas logo erop. NN 2 is de persoon die op de zijkant van zijn broek enkele witte verticale strepen/opdruk heeft lopen. Tevens heeft NN 2 een zwarte jas aan met capuchon op. Beide signalementen kwamen overeen met de reeds eerder bekende signalementen van een NN 1 en een NN 2 persoon, beide reeds opgenomen in het onderhevige onderzoek.
Verbalisant [naam 7] heeft
de camerabeeldenbekeken
van het NS Stationte Maastricht van 17 november 2022. Naar aanleiding van de telefoongegevens van medeverdachte [naam 4] , constateert [naam 7] dat voor en na de overval telefonisch contact is geweest met het telefoonnummer van [verdachte] . [naam 7] relateert, voor zover hier van belang, het volgende: [10]
Nadat verdachte [naam 4] werd herkend als een van de verdachten van de gepleegde diefstal met geweld/woningoverval werden de historische gegevens (HISTO) van de GSM van verdachte [naam 4] opgevraagd. Bij onderzoek van deze gegevens was te zien dat [naam 4] zowel voor als na de gepleegde diefstal met geweld/woningoverval meermaals telefonisch contact heeft gehad met [verdachte] (geb. [geboortedatum] te [geboorteplaats] ). Bij verder onderzoek in het bedrijfsprocessen systeem, BHV, bleek dat [naam 4] en [verdachte] elkaar kenden en vrienden van elkaar waren. Vanuit het bedrijfsprocessen systeem, BVIB, werd een foto verkregen van [verdachte] en werd deze
vergeleken met de eerder verkregen camerabeelden van zowel station Maastricht als ook de [winkel] .
Na het bekijken van deze camerabeelden bleek dat de 2e persoon die was getoond op de foto's verdachte [verdachte] bleek te zijn (NN 1).
De verdachte verklaarde –zakelijk weergegeven– het volgende: [11]
Ik herken mijzelf op de camerabeelden.
Uit een bevraging ex artikel 126na Sv wordt aan [verdachte] het telefoonnummer [nummer 1] gekoppeld. Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat het nummer [nummer 1] om 21:55:38 uur aanstraalt met een zendmast op [adres 2] te Maastricht. De [adres 2] is gelegen in de nabijheid van de plaats delict [straat 5] te Maastricht. [12]
In de woning op de [straat 1] werd een zwart stuk tape op de deurspion aangetroffen. Deze tape werd voorzien van SIN AAP07352NL . [13] Hier is een spoor (gehele bovenzijde) van veiliggesteld dat werd voorzien van SIN AAPX9623NL . Ook bleek dat het metalen deurkozijn van de voordeur van perceel [huisnummer 5] ter hoogte van de slotvanger van de dagschoot aan de binnenzijde van het kozijn naar binnen was verbroken. [14]
Het
NFIrapporteerde dat DNA onderzoek aan de bemonstering AAPX9623NL een DNA-profiel van een man opleverde, wat afkomstig kan zijn van [verdachte] . Van het monster is door het NFI gerapporteerd dat het zeer veel waarschijnlijker is dat het spoor DNA van [verdachte] bevat en twee onbekende, niet verwante personen, dan dat het van drie onbekende mannen is. [15]

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Districtsrecherche Zuid-West-Limburg met proces-verbaalnummer LB3R022135 (onderzoek ‘Bavik’), gesloten d.d. 1 mei 2023, digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 394.
2.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 november 2022, pag. 30.
3.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 november 2022, pag. 33 en 34.
4.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 november 2022, pag. 41 tot en met 43.
5.Proces-verbaal van aangifte (aanvullend) van [naam 2] d.d. 19 november 2022, pag. 44 en 45.
6.Proces-verbaal van aangifte van [naam 1] d.d. 17 november 2022, pag. 49 tot en met 51.
7.Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 6] d.d. 17 november 2022, pag. 58 tot en met 60.
8.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 november 2022, pag. 154 tot en met 165.
9.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2022, pag. 173 tot en met
10.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 december 2022, pag. 178 tot en met 184.
11.Proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van 13 januari 2023.
12.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 april 2023, pag. 261 tot en met 267.
13.Proces-verbaal forensisch onderzoek d.d. 21 november 2022, pag. 64 tot en met 68.
14.Proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 28 november 2022, pag. 119 tot en met 121.
15.Het deskundigenverslag van dr. M. Hidding, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, d.d. 31 juli 2023, pag. 129 tot en met 131.