ECLI:NL:RBLIM:2023:7163
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid bij bundeling bestuursrechtelijke zaken
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter van de rechtbank Limburg vanwege de beslissing om dertien bestuursrechtelijke zaken, waaronder drie verzoeken om voorlopige voorzieningen, gezamenlijk op één zitting te behandelen. Verzoeker stelde dat deze bundeling in strijd was met interne regelingen en procesrechtelijke bepalingen, en dat de rechter zich vooringenomen had getoond door belangrijke toetsingen niet te verrichten en tijdig beslissingen uit te stellen.
De rechter had echter nog geen inhoudelijke beoordeling gegeven en koos voor bundeling uit oogpunt van regievoering en redelijke termijn. De wrakingskamer overwoog dat een procesbeslissing op zichzelf geen grond is voor wraking en dat de rechter uit hoofde van haar functie moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen.
De wrakingskamer concludeerde dat de door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden geen uitzonderlijke situatie vormen die de vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. De motivering van de rechter was niet te interpreteren als blijk van vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
De beslissing werd genomen door een meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Limburg, waarbij twee rechters niet in de gelegenheid waren mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden die de vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.