ECLI:NL:RBLIM:2023:7103

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
30 oktober 2023
Publicatiedatum
5 december 2023
Zaaknummer
C/03/322613 / HA RK 23-164
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard wrakingsverzoek tegen rechter wegens procesbeslissing

Op 26 september 2023 diende verzoeker tijdens een mondelinge behandeling een wrakingsverzoek in tegen rechter M.M.T. Coenegracht van de rechtbank Limburg. Het verzoek betrof het niet wegsturen van de gemachtigden van verweerder uit de zittingszaal, omdat hun machtigingen volgens verzoeker niet meer geldig waren na de installatie van een nieuwe burgemeester.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarin is bepaald dat wraking alleen kan worden toegewezen bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter aantasten. Procesbeslissingen, zoals het al dan niet wegsturen van gemachtigden, kunnen echter geen grond vormen voor wraking.

Tijdens de zitting op 19 oktober 2023 werd bevestigd dat het wrakingsverzoek werd ingediend terwijl het gesprek over de machtigingen nog gaande was. Er werden geen andere gronden aangevoerd. De wrakingskamer wees het verzoek daarom af en wees tevens een vergoeding van reiskosten af, aangezien dergelijke kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen in wrakingsprocedures.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/322613 / HA RK 23-164
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. M.M.T. Coenegracht, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

1.De procedure

Op 26 september 2023 is tijdens de mondelinge behandeling van de zaken met zaaknummers ROE 20/ 2683, ROE 21/ 1327, ROE 21/1764, ROE 22/ 903 en ROE 22/ 1221 tussen [verzoeker] , als eisende en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond, als verwerende partij door [verzoeker] een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter.
Op 27 september 2023 heeft verzoeker middels een digitaal formulier een aanvullende toelichting verstrekt op het verzoek tot wraking.
De rechter heeft de wrakingskamer op 5 oktober 2023 schriftelijk bericht dat zij niet berust in het verzoek tot wraking. Nu de rechter niet eerder beschikte over de aanvullende toelichting die verzoeker op 27 september 2023 heeft verstrekt, heeft de rechter daar pas tijdens de zitting op gereageerd.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van de wrakingskamer op 19 oktober 2023 waar verzoeker en de rechter zijn verschenen.

2.De gronden van het verzoek

Verzoeker wraakt de rechter omdat zij de gemachtigden van verweerder niet wegstuurde uit de zittingszaal. Hij voert daartoe aan dat de machtigingen van de gemachtigden van verweerder niet meer geldig waren nu er op 20 september 2023 een nieuwe burgemeester is geïnstalleerd in Roermond en verzoeker stelt dat de rechter de gemachtigden van verweerder daarom om nieuwe machtigingen had moeten vragen.

3.De beoordeling

Ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Daarvan is sprake als de rechter jegens de procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechtelijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
De aangevoerde wrakingsgrond ziet op de beslissing van de rechter om de gemachtigden van verweerder niet weg te sturen uit de zittingszaal, met als reden dat zij niet over een geldige machtiging zouden beschikken. Dit is een procesbeslissing van de rechter. Een procesbeslissing kan als zodanig geen grond vormen voor wraking. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van zo’n beslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die, in geval van aanwending van een rechtsmiddel, belast is met de inhoudelijke behandeling.
Ten overvloede wijst de wrakingskamer er op dat ter rechter ter zitting van de wrakingskamer nog heeft aangevoerd dat zij werd gewraakt op het moment dat het gesprek tussen partijen over de geldigheid van de machtigingen nog gaande was.
Omdat er geen andere gronden zijn aangevoerd, is de wrakingskamer van oordeel dat het verzoek tot wraking ongegrond is.
Voor zover verzoeker ter zitting heeft verzocht heeft om een vergoeding in de gemaakte reiskosten merkt de wrakingskamer op dat deze kosten in een procedure als deze niet voor vergoeding in aanmerking komen.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Schreurs-van de Langemheen,
mr. R.C.A.M. Philippart en mr. H.H. Dethmers, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen,
als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2023.