In deze zaak tussen verhuurder en huurder staat een geschil over huurachterstanden en ontruiming centraal. In een eerder kort geding werd de vordering van verhuurder tot ontruiming en betaling van de huurachterstand en waarborgsom afgewezen vanwege een mondelinge afspraak over huurvrijstelling in ruil voor werkzaamheden.
De verhuurder vordert nu opnieuw betaling van de huurachterstand en waarborgsom, maar de rechtbank wijst deze vordering af vanwege onzekerheid over de mondelinge afspraak. Wel wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de daarna verder opgelopen huurachterstand van € 5.745,00 en tot ontruiming binnen veertien dagen.
Daarnaast moet de huurder de huur vanaf 1 december 2023 tot ontruiming betalen, zij het een lager bedrag dan gevorderd. De vordering tot herstel van het gehuurde wordt afgewezen vanwege onzekerheid over toestemming voor de werkzaamheden. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
De rechtbank overweegt dat de kale huurprijs ongewijzigd is gebleven op € 725,00 en het voorschot per 1 januari 2023 is verhoogd naar € 200,00. Verrekening van de huurachterstand met werkzaamheden wordt afgewezen omdat verrekening is uitgesloten en onduidelijkheid bestaat over de opdracht. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.