Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2023:7017

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 oktober 2023
Publicatiedatum
1 december 2023
Zaaknummer
C/03/321544 / FA RK 23-3240
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 1:20a BWArt. 1:20e BWArt. 1:20 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging derde en vierde voornaam minderjarige wegens verslechterde band met peettantes

De ouders van een driejarige minderjarige hebben bij de rechtbank Limburg verzocht om wijziging van de derde en vierde voornaam van hun kind. De oorspronkelijke voornamen waren afgeleid van de namen van de peettantes, maar sinds drie maanden na de geboorte is de band met deze peettantes verslechterd en is er nauwelijks contact meer.

De ouders ervaren hinder en ongemak doordat hun kind deze namen draagt en willen deze vervangen door de namen van de peetoom, met wie een goede band bestaat, en een goede vriendin van de ouders die een belangrijke rol speelt in het leven van het kind en de ouders. De rechtbank toetste het verzoek aan artikel 1:4 lid 4 BW Pro en oordeelde dat er een zwaarwichtig belang bestaat voor de wijziging.

Verder bleek uit de toetsing dat de nieuwe voornamen niet ongepast zijn en niet overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, zodat geen beletselen aanwezig zijn. De rechtbank gelastte daarom de wijziging van de derde en vierde voornaam en bepaalde dat de griffier binnen drie maanden een afschrift van de beschikking aan de burgerlijke stand van de gemeente Heerlen zal zenden, tenzij er hoger beroep wordt ingesteld.

Het vonnis werd uitgesproken door rechter M.E. Salemans-Wijnen op 6 oktober 2023. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de derde en vierde voornaam van de minderjarige en gelast de griffier dit aan de burgerlijke stand te melden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum uitspraak: 6 oktober 2023
Zaaknummer: C/03/321544 / FA RK 23-3240
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven in de zaak van:
[verzoeker]en
[verzoekster] ,
verzoekers, verder te noemen: de ouders,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. C. Simmelink, kantoorhoudend in Maarssen, gemeente Stichtse Vecht.

1.Het verloop van de procedure

Op 22 augustus 2023 is bij de griffie een verzoekschrift met bijlagen van de ouders ingekomen.

2.De feiten

Uit de moeder is, voor zover in deze zaak van belang, op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] geboren de minderjarige [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige] ). De vader heeft [minderjarige] erkend en de ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
De geboorteakte van [minderjarige] komt voor in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Heerlen, aktenummer 1A2029 van het jaar 2020.

3.Het verzoek

De ouders verzoeken de voornamen van [minderjarige] te wijzigen, in die zin dat de derde en vierde voornaam ( [naam 1] en [naam 2] ) worden vervangen door de voornamen [naam 3] en [naam 4] , zodat [minderjarige] zal komen te heten: [minderjarige] .

4.De beoordeling

4.1.
Artikel 1:4 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek (verder te noemen: BW) geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon of van zijn wettelijke vertegenwoordiger de wijziging te gelasten van zijn voornamen. De ouders hebben in hun hoedanigheid als wettelijke vertegenwoordigers van [minderjarige] het verzoek ingediend.
4.2.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro moet voor een wijziging van de voornamen een voldoende zwaarwichtig belang bestaan. Verder moet het verzoek worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW Pro. Beoordeeld moet worden of de gewenste voornamen niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat de ouders met de door hun gegeven toelichting voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij in het dagelijks leven hinder en ongemak ervaren van de door hen gekozen derde en vierde voornaam van [minderjarige] . [minderjarige] draagt als derde en vierde voornaam de namen van zijn peettantes: [naam 1] en [naam 2] . Vanaf drie maanden na de geboorte van [minderjarige] is de band tussen de ouders en de peettantes echter verslechterd. Er is nu nauwelijks tot geen contact meer. Gelet hierop voelt het voor de ouders niet goed als zij steeds geconfronteerd worden met de voornamen van [minderjarige] .
De ouders willen daarom dat de derde en vierde voornaam van [minderjarige] worden vervangen door de voornamen [naam 3] en [naam 4] . [naam 3] is de peetoom van [minderjarige] , met wie [minderjarige] een goede band en regelmatig contact heeft. De ouders vinden het belangrijk dat hun kinderen worden vernoemd naar hun peetouders. [naam 4] is een goede vriendin van de ouders, die een grote rol speelt in het leven van [minderjarige] en de ouders.
4.4.
De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het zwaarwichtig belang bij de verzochte voornaamswijziging voldoende is komen vast te staan. Verder is niet gebleken van beletselen als bedoeld in artikel 1:4 lid 2 BW Pro tegen de gewenste voornamen. Dat betekent dat het verzoek tot wijziging van de voornaam zal worden toegewezen, in die zin dat de derde en vierde voornaam van [minderjarige] ( [naam 1] en [naam 2] ) worden vervangen door: [naam 3] en [naam 4] .
4.5.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. In verband daarmee dient de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerlen in wiens registers de geboorteakte van [minderjarige] voorkomt.

5.De beslissing

De rechtbank:
gelast de wijziging van de voornamen van [minderjarige] , geboren op
[geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , in die zin dat de derde voornaam ( [naam 1] ) en de vierde voornaam ( [naam 2] ) worden vervangen door [naam 3] en [naam 4] , zodat de volledige naam komt te luiden: ‘ [minderjarige] ’;
bepaalt dat de griffier op grond van het bepaalde in artikel 1:20e lid 1 BW niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerlen, dit met het oog op het bepaalde in artikel 1:20 lid 1 en Pro onder a, BW juncto artikel 1:20a lid 1 BW.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Salemans-Wijnen, rechter, tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.J.M. Verhey, griffier op
6 oktober 2023.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.