Het Robertshuis vorderde in kort geding op grond van artikel 843a Rv dat de ouders van een minderjarige met autisme, die audiofragmenten hadden opgenomen tijdens dagbehandeling en een gesprek, deze opnames aan hen zouden verstrekken. De ouders hadden de opnames gemaakt zonder toestemming en het Robertshuis wilde de fragmenten ontvangen om zich voor te bereiden op een voorlopig getuigenverhoor.
De rechtbank oordeelde dat het Robertshuis onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een rechtmatig belang had bij afgifte van de geluidsopname van het gesprek, aangezien de aanwezige medewerkers zich de inhoud herinnerden. Ten aanzien van de circa zeven uur durende audiofragmenten vanuit de rugzak van de minderjarige stelde de rechtbank dat afgifte vooraf niet noodzakelijk was omdat de ouders bereid waren de opnames na het voorlopig getuigenverhoor te verstrekken, waardoor het Robertshuis zich adequaat kan voorbereiden en geen nadelige rechtspositie heeft.
Verder stelde de rechtbank dat het recht op een eerlijk proces niet werd geschonden, omdat het Robertshuis de getuigen niet vooraf de opnames zou laten horen, wat de authenticiteit van hun verklaringen zou kunnen beïnvloeden. Het Robertshuis had ook geen aansprakelijkheidsstelling gedaan, waardoor een eigen procesbelang ontbrak. De vordering werd afgewezen en het Robertshuis werd veroordeeld in de proceskosten.