ECLI:NL:RBLIM:2023:6832

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
22 november 2023
Publicatiedatum
22 november 2023
Zaaknummer
03.253553.22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging in vereniging

De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van openlijke geweldpleging in vereniging tegen een slachtoffer op 1 november 2017 in Blerick. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 10 en 11 oktober 2023. De verdachte was slechts op de eerste zitting aanwezig; zijn raadsman verscheen op beide zittingen.

De officier van justitie stelde dat uit camerabeelden en verklaringen bleek dat verdachte zich tussen de vechters begaf en geweld gebruikte tegen het slachtoffer. De verdediging voerde aan dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte het slachtoffer had geschopt of geslagen, en dat hij slechts een ander persoon had mishandeld. De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het tenlastegelegde had begaan, mede omdat uit de beelden bleek dat verdachte het slachtoffer voorbij rende en elders in gevecht raakte met een ander persoon.

De rechtbank sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar schadevordering van ruim €107.000, omdat de verdachte werd vrijgesproken. De kosten van de verdediging werden begroot op nihil en de benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten daarvan.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van openlijke geweldpleging in vereniging.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.253553.22
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 november 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. A. Cinar, advocaat, kantoorhoudende te Heerlen.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 10 en 11 oktober 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn op 10 oktober 2023 verschenen. Op 11 oktober 2023 is de verdachte niet verschenen. Zijn raadsman is wel verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Daarnaast heeft de rechtbank de vordering tot schadevergoeding behandeld die de benadeelde partij [slachtoffer] heeft ingediend. Namens de benadeelde partij [slachtoffer] is op de zitting (via videoverbinding) gehoord mr. J.M. Bekooij, advocaat, kantoorhoudende te Den Haag.
Deze zaak wordt gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 03.252579.22), [medeverdachte 2] (parketnummer 03.659412.17), [medeverdachte 3] (parketnummer 03.253918.22), [medeverdachte 4] (parketnummer 03.254370.22), [medeverdachte 5] (parketnummer 03.254658.22), [medeverdachte 6] (parketnummer 03.255756.22), [medeverdachte 7] (parketnummer 03.659413.17) en [medeverdachte 8] (parketnummer 03.659411.17).

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] .

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen aangever [slachtoffer] . Uit de camerabeelden blijkt dat hij opspringt vanachter de auto waar [slachtoffer] ligt. Medeverdachte [medeverdachte 6] heeft verklaard dat de verdachte zich tussen de vechters begaf. Hoewel de verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij niet meer precies weet hoe het is gegaan, heeft hij destijds bij de politie verklaard dat hij ‘sloeg wie hij kon slaan’ en dat hij ‘ze alle drie had geraakt’.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat uit de bewijsmiddelen in het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte aangever [slachtoffer] heeft geschopt of geslagen. De verdachte heeft verklaard dat hij erin is gesprongen en wel [naam] heeft mishandeld, maar niet [slachtoffer] . Ook uit de camerabeelden blijkt dat de verdachte - direct nadat door iemand de eerste klap werd uitgedeeld aan aangever [slachtoffer] - achter [naam] aanrent. Volgens de verdediging is er dan ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden voor het tenlastegelegde feit en dient verdachte te worden vrijgesproken.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en zal hem hiervan vrijspreken. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.
Aan de verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen (alleen) aangever [slachtoffer] . De rechtbank kan echter niet vaststellen dat de verdachte enig aandeel heeft gehad in het geweld tegen dit slachtoffer. De aarzeling die spreekt uit zijn eigen verklaring dat hij ‘sloeg wie hij kon slaan’ en ‘volgens mij’ drie mensen heeft geraakt, wordt bevestigd door de camerabeelden van dit incident. Daaruit blijkt namelijk dat medeverdachten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1] zich richten op [slachtoffer] , maar dat de verdachte dit slachtoffer direct voorbij rent en verderop in gevecht raakt met [slachtoffer] ’s vriend [naam] . Dat is hem echter niet tenlastegelegd. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken.

4.De benadeelde partij

4.1
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend, bestaande uit € 3.853,87 ter zake materiële schade en € 104.000,- bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, omdat
de verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen aan hem ten laste is gelegd.

5.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte
vrijvan het tenlastegelegde;
Benadeelde partij
  • bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer]
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. L. Feuth en mr. N.P.J. van de Pasch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zijlstra, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 november 2023.
Buiten staat
Mr. L. Feuth en mr. J. Zijlstra zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I:De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 1 november 2017 te Blerick, in elk geval in de gemeente Venlo, openlijk, te weten de Alberickstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het:
- meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam slaan en/of schoppen en/of trappen en/of duwen, waardoor deze [slachtoffer] ten val kwam, en vervolgens, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag
- meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] slaan en/of stompen en/of trappen en/of schoppen.