Eisers hebben beroep ingesteld tegen het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning op een perceel in Weert. Het geschil betrof de vraag of de aanvraag binnen één jaar na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan ontvankelijk was ingediend, een voorwaarde voor toepassing van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag van vergunninghouder niet buiten behandeling is gesteld en dus ontvankelijk is. Dit omdat de aanvraag aanvankelijk onvolledig was, maar vergunninghouder meerdere malen de gelegenheid heeft gekregen om de aanvraag aan te vullen binnen een verlengde termijn. De aanvraag is derhalve in behandeling genomen.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een letterlijke uitleg van de planregel voorschrijft. De rechtbank concludeerde dat aan de voorwaarde van een ontvankelijke aanvraag binnen één jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan was voldaan.
Daarmee was verweerder bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen op basis van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vergunning bleef in stand.