De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van de rechthebbende om het bewind en mentorschap op te heffen. De rechthebbende wenst zelf zijn financiële zaken te beheren en wil met een inleg van €250,- in cryptovaluta voldoende rendement behalen om zijn hypotheek af te lossen.
De bewindvoerder betoogde dat betrokkene bescherming nodig heeft vanwege impulsieve uitgaven, zoals de aankoop van een dure telefoon zonder overleg en onnodige kosten bij het inschakelen van een verhuisbedrijf. Diverse instanties zijn betrokken bij de zorg voor betrokkene om problemen te voorkomen.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene niet zonder bewind en mentorschap kan, mede vanwege zijn onrealistische verwachtingen over cryptohandel en het risico op verlies. Het verzoek tot opheffing werd daarom afgewezen. De rechter wees erop dat betrokkene via de bewindvoerder of een machtigingsverzoek alsnog investeringen kan proberen te realiseren.
De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter G.M. Drenth en is openbaar. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld.