Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2023:6407

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 november 2023
Publicatiedatum
3 november 2023
Zaaknummer
10573127 \ CV EXPL 23-2647
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

De stichting Weller Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] wegens een huurachterstand en verzoekt om ontruiming van de woonruimte en garage. Daarnaast vordert zij betaling van de achterstallige huur, buitengerechtelijke incassokosten en rente.

[gedaagde] betwist de omvang van de huurachterstand en stelt slechts één maand achterstand te hebben. Weller Wonen onderbouwt haar vordering met een specificatie van de achterstanden tot en met juli 2023, inclusief incassokosten.

De kantonrechter oordeelt dat de achterstand voldoende is bewezen en niet langer betwist wordt. De huurachterstand rechtvaardigt onmiddellijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming met een redelijke termijn van twee weken. Tevens worden de gevorderde incassokosten en wettelijke rente toegewezen.

[gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van het volledige bedrag van € 2.347,44 vermeerderd met rente, en tot betaling van de huurprijs voor de woonruimte en garage vanaf 1 augustus 2023 tot ontruiming. De proceskosten worden eveneens aan [gedaagde] opgelegd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en betaling van de achterstallige huur, incassokosten en rente.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10573127 \ CV EXPL 23-2647
Vonnis van de kantonrechter van 1 november 2023
in de zaak van:
de stichting
STICHTING WELLER WONEN,
gevestigd te Heerlen,
eisende partij,
gemachtigde P.M.F. Otten,
tegen:
[gedaagde],
wonende [adres 1] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
Partijen worden verder genoemd Weller Wonen en [gedaagde] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de conclusie van repliek tevens vermeerdering van eis.
1.2.
Hoewel daartoe bij brief van de griffier van 26 juli 2023 in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] geen conclusie van dupliek genomen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Weller Wonen vordert, na vermeerdering van eis, zakelijk weergegeven:
1. de huurovereenkomst te ontbinden met veroordeling van [gedaagde] het gehuurde binnen drie dagen na betekening van het vonnis te verlaten en te ontruimen,
2. [gedaagde] te veroordelen om aan Weller Wonen betalen:
- een bedrag van € 2.347,44, te vermeerderen met rente,
- als huur c.q. gebruiksvergoeding een bedrag ad € 691,74 per maand vanaf
1 augustus 2023 tot de ontruiming,
- de kosten van de procedure.
2.2.
[gedaagde] huurt van Weller Wonen de woonruimte staande en gelegen te [woonplaats] aan het adres [adres 1] en de garagebox [nummer] staande en gelegen in [woonplaats] aan het adres [adres 2] (verder te noemen: het gehuurde) tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van thans € 656,78 respectievelijk € 34,96 per maand.
2.3.
Weller Wonen stelt bij dagvaarding dat [gedaagde] tot en met juni 2023 een achterstand van € 1.404,88 heeft laten ontstaan in haar huurbetalingsverplichting jegens Weller Wonen. Voorts stelt Weller Wonen dat [gedaagde] aan haar een vergoeding van
€ 250,82 voor buitengerechtelijke kosten inclusief btw verschuldigd is. Daarnaast is [gedaagde] aan haar de wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag dat [gedaagde] in verzuim is.
2.4.
[gedaagde] betwist de huurachterstand.
Volgens haar bedraagt de achterstand maar één maand. Zij is bereid om die te betalen, maar moet dan wel weten of het bedrag klopt.
2.5.
Weller Wonen heeft bij repliek haar vordering nader uitgewerkt en het verweer van [gedaagde] als volgt besproken.
Naar aanleiding van een eerder vonnis heeft [gedaagde] de gehele achterstand tot en met maart 2023 betaald. Vervolgens verzuimde [gedaagde] de huur over de maanden april en mei 2023, dit betreft een bedrag van € 1.381,92, te betalen. Op 1 juni 2023 ontving Weller Wonen een bedrag van € 668,00 van [gedaagde] voor de huur over de maand juni 2023. De huur bedraagt echter € 690,96, zodat er sprake is van een tekort van € 22,96. In totaliteit heeft [gedaagde] tot en met juni 2023 een achterstand laten ontstaan van € 1.404,88.
Inmiddels heeft [gedaagde] ook de huur over juli 2023 niet betaald. Weller Wonen vermeerdert haar vordering met deze achterstand, zodat zij thans een bedrag van € 2.347,44
(= € 2.096,62 aan achterstand tot en met juli 2023 vermeerderd met € 250,82 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw), te vermeerderen met de som van € 691,74 per maand vanaf 1 augustus 2023, rente en kosten rechtens, vordert.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn.
Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).
3.2.
De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.
3.3.
[gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen.
3.4.
Weller Wonen heeft haar vordering betreffende de vermeerderde huurachterstand voldoende onderbouwd, en [gedaagde] heeft deze ook niet langer weersproken, zodat deze voor toewijzing in aanmerking komt.
3.5.
De huurachterstand vormt een tekortkoming die de onmiddellijke ontbinding van de huurovereenkomst en de veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Die vorderingen zullen dan ook als niet althans onvoldoende betwist worden toegewezen met dien verstande dat er een redelijke ontruimingstermijn van twee weken gehanteerd zal moeten worden.
3.6.
Weller Wonen vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 656,78 per maand voor de woonruimte en € 34,96 per maand voor de garagebox voor iedere ingegane maand vanaf 1 augustus 2023 tot het tijdstip van ontruiming. Dit heeft [gedaagde] niet betwist. De kantonrechter zal deze vordering derhalve toewijzen.
3.7.
Weller Wonen vordert betaling van de buitengerechtelijke incassokosten voor een bedrag van € 250,82 inclusief btw. Op 25 mei 2023 is aan [gedaagde] de zogenoemde
14-dagen brief gestuurd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, omdat het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Weller Wonen heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Het gevorderde bedrag aan buitengerechte-lijke incassokosten komt ook overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. Ook de wettelijke rente zal worden toegewezen zoals in het dictum bepaald.
3.8.
[gedaagde] zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van Weller Wonen worden begroot op:
  • dagvaarding € 130,48
  • griffierecht € 365,00
  • salaris gemachtigde
totaal € 893,48

4.De beslissing

De kantonrechter
De kantonrechter
4.1.
ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, de woonruimte en garage met aanhorigheden, staande en gelegen te [woonplaats] , [adres 1] en [adres 2] garagebox [nummer] ,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Weller Wonen te stellen,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] voorts om aan Weller Wonen tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 2.347,44, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.655,70 vanaf 19 juni 2023 tot 26 juli 2023 en over € 2.347,44 vanaf 26 juli 2023 tot de dag van volledige betaling,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan Weller Wonen te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 656,78 voor de woonruimte en € 34,96 voor de garage voor elke ingegane maand met ingang van 1 augustus 2023 tot en met de maand waarin [gedaagde] het gehuurde heeft ontruimd,
4.5.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van Weller Wonen gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 893,48,
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC