Uitspraak
BEWUZT VAN VGZ
Rechtbank Limburg
Tussen VGZ en [gedaagde, eiser in verzet] bestond een zorgovereenkomst voor 2019. VGZ bracht een zorgkostennota in rekening van € 356,94, waarvoor een afbetalingsregeling werd getroffen. Na drie automatische incasso's en een stornering van termijnen ontstond onduidelijkheid over de openstaande bedragen.
VGZ incasseerde onterecht de maandpremie van januari 2020, welke zij verrekende met de zorgnota. Door storneringen van [gedaagde, eiser in verzet] ontstond een betalingsachterstand. VGZ stuurde diverse herinneringen en aanmaningen, waarop [gedaagde, eiser in verzet] niet reageerde. VGZ startte een incassoprocedure, waarbij verstek werd verleend en een bedrag van € 303,43 werd toegewezen.
In het verzet erkende [gedaagde, eiser in verzet] de hoofdsom van € 245,64, maar betwistte de kosten. De kantonrechter oordeelde dat VGZ onvoldoende duidelijkheid had verschaft over de verrekening en dat de vordering boven € 245,64 niet toewijsbaar was. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onduidelijkheid over het verzuim. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. Het verstekvonnis werd vernietigd voor zover het bedrag hoger was dan € 245,64 en voor de kostenveroordeling, en voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering wordt toegewezen tot € 245,64 en het meerdere afgewezen; proceskosten worden gecompenseerd.