ECLI:NL:RBLIM:2023:6127
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw en onjuist aanbod
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft verzoeker gehoord en het verzoek getoetst aan de criteria van artikel 288 Faillissementswet Pro.
De rechtbank oordeelt dat de schuldenaar niet te goeder trouw heeft gehandeld, omdat hij in 2020 vertrok uit de woning met achterlating van goederen en daardoor extra kosten veroorzaakte voor Stichting Volkshuisvesting Arnhem. Daarnaast was het aanbod in het minnelijk traject gebaseerd op een te laag inkomen, terwijl het werkelijke inkomen hoger was, wat betekent dat schuldeisers niet correct geïnformeerd zijn over een mogelijk hoger aflossingsbedrag.
Gezien deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat het verzoek niet kan worden toegewezen en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw handelen en onjuist aanbod in het minnelijk traject.