Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert, verweerder
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: BoKy B.V., te Weert
Procesverloop
Overwegingen
.Nu vaststaat dat de erfgrens is overschreden (of dit nu de door het Kadaster gestelde 30 centimeter of met 14 cm is, dat de panden elkaar raken (constructief of niet), dat aan de voorzijde slechts 2 m uit de perceelsgrens is gebouwd en dat de ruimte tussen de panden is gespiegeld en er door de afwijkingen geen onderhoud meer kan plaatsvinden tussen de panden, had verweerder niet van handhaving mogen afzien. Dat geldt te meer nu verweerder eerder had kunnen en moeten ingrijpen en er sprake is van bewust overtreden. De ingrijpende gevolgen voor de derde-partij zijn onvoldoende voor het afzien van handhaving en er dient altijd een belangenafweging plaats te vinden. Eiser verwijst naar twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). [1] De belangen van eiser zijn onvoldoende meegewogen bij het bestreden besluit en ook het algemeen belang. Daarom is er sprake van strijd met het motiveringbeginsel en strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. In het licht van het vorenstaande moet het beroep gegrond worden verklaard en wordt verzocht het bestreden besluit in te trekken en de kosten van de beroepsprocedure te vergoeden alsmede de door eiser gemaakte deskundigenkosten.
concreetzicht op legalisatie. Daartoe had verweerder de derde-partij moeten verzoeken om een aanvraag tot legalisatie te doen dan wel zelf een besluit tot wijziging van de omgevingsvergunning dienen te nemen.
.Uit de jurisprudentie volgt dat (een) kleine / minimale afwijking(en) een reden kan vormen om niet handhavend op te treden. Hier ligt dat volgens de rechtbank anders: de afwijkingen zijn groot genoeg om in beginsel wel handhavend op te treden. Dat heeft verweerder (in zijn afweging over de (on)evenredigheid) niet onderkend.
Beslissing
- verklaart het beroep (deels) gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit (in zoverre);
- verweerder dient opnieuw te besluiten op het bezwaar van eiser met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2511,-.