Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2023:5816

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
7 september 2023
Publicatiedatum
28 september 2023
Zaaknummer
C/03/321667/HA RK 23/151
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArtikel 4 lid 2 onder e Wrakingsprotocol rechtbank Limburg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken concrete feiten tegen rechter

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen een niet nader genoemde rechter in de rechtbank Limburg met betrekking tot meerdere zaken. Het verzoek bevatte geen concrete feiten of omstandigheden die tot een specifieke rechter te herleiden zijn.

De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek slechts kan worden gericht tegen individuele rechters die daadwerkelijk bij de behandeling van een zaak betrokken zijn. In dit geval was nog geen rechter belast met de beoordeling van de beroepen van verzoekster en had geen enkele rechter enige bemoeienis met de zaken gehad.

Daarom werd het wrakingsverzoek zonder zitting behandeld en kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking van rechters zonder betrokkenheid bij de zaak.

Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van concrete feiten tegen een specifieke rechter.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/321667/HA RK 23/151
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op verzoek van
[verzoekster]
wonende te [woonplaats] ,
hierna: verzoekster.
dat strekt tot wraking van een niet nader genoemde rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Op 18 mei 2023 is ter griffie een bericht ontvangen van verzoekster betreffende aanvullende informatie in de zaken met nummers ROE 23/847, ROE 23/1016, ROE 23/1013, ROE 23/1047 en ROE 23/1014. Deze aanvullende informatie bevat onder meer het verzoek tot wraking van ‘de rechter in alle dossier nummers die eiseres via de post en in mededeling in deze aanvullende berichtgeving heeft medegedeeld’.

2.De beoordeling

2.1.
Ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij dienen feiten of omstandigheden te worden gesteld die de rechter betreffen tegen wie het wrakingsverzoek zich richt. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen individuele rechters die een zaak behandelen.
2.2.
Ingevolge artikel 4, lid 2, onder e, van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg kan de wrakingskamer een verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter of is gericht tegen het hele college.
2.3.
De wrakingskamer stelt vast dat er nog geen rechter bekend is die met de inhoudelijke beoordeling van de beroepen van verzoekster in bovengenoemde zaken is of zal worden belast of procesbeslissingen in haar zaken neemt. In dit stadium van de procedure heeft de rechter ook anderszins nog geen enkele bemoeienis met deze zaken gehad. Bovendien heeft verzoekster zelf in haar verzoek geen rechter met naam genoemd en zij heeft ook geen concrete feiten of omstandigheden genoemd die tot een rechter te herleiden zijn. Aangezien de wet niet de mogelijkheid biedt tot wraking van rechters die (nog) geen betrokkenheid met een zaak hebben gehad, is de wrakingskamer van oordeel dat verzoekster niet kan worden ontvangen in haar verzoek.
2.4.
Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid wordt verzoekster in haar verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze beslissing is op 7 september 2023 gegeven door mr. H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. W.F.J. Aalderink, rechters, bijgestaan door mr. F.A.E. van de Venne, als griffier.